- Zwitserland -
Landeninfo

Zwitserse vlag

Voor velen is Zwitserland hét land van de bergen. Maar Zwitserland heeft veel meer te bieden dan alleen bergen,
het heeft een overvloed aan natuurlijke schoonheid. Men vindt er ongerepte berglandschappen, botanische tuinen, uitgestrekte meren, gletsjers en wijngaarden.
Zwitserland is puur genieten, zowel in de zomer als in de winter!

Zwitserland

Geografie
Zwitserland (officieel: Duits: Schweizerische Eidgenossenschaft; Latijns: Confoederatio Helvetica [CH]; Frans: Confédération suisse; Italiaans: Confederazione svizzera; Raetoromaans: Confederaziun helvetica, of kortweg: Svizra) is een bondsstaat in Midden-Europa,
en grenst aan Oostenrijk, Duitsland, Italië, Frankrijk en Liechtenstein.
Zwitserland heeft uiteraard geen zeehavens, de dichtstbijzijnde haven is die van Genua in Italië op 250 km.
Zwitserland is qua oppervlakte een fractie groter dan Nederland. Het hoogste punt is de Dufourspitze (4634 m) in het kanton Wallis.
De laagstgelegen plaats is Ascona in Ticino op 196 meter. Andere bekende bergen in Zwitserland zijn de Matterhorn, de Jungfrau en de Eiger. Zestig procent van het landschap wordt ingenomen door de Alpen, een hooggebergte dat zich uitstrekt van het zuidwesten naar het noordoosten. De dalen van rivieren als de Rhône en de Voor-Rijn doorsnijden het Alpenmassief in de lengte.
De gemiddelde hoogte van de Alpen bedraagt ongeveer 1700 meter. Ongeveer honderd bergtoppen zijn rond de 4000 meter hoog.
Ongeveer 3000 km2 van de Alpen wordt bedekt door gletsjers en eeuwige sneeuw. De grootste gletsjer is de Grosse Aletschgletsjer
met een oppervlakte van 115 km2. Gletsjers komen over het algemeen niet voor onder de 2000 meter.
Tot 2000 meter hoogte zijn de Alpen voor een groot gedeelte bedekt met bossen.

Kaart Zwitserland

Tien procent van het landschap wordt ingenomen door het Juragebergte in het noordwesten van Zwitserland.
De Jura is een middengebergte met rijk begroeide hellingen en bergruggen die in hoogte variëren van 700 meter tot 1600 meter.
Dertig procent van het landschap wordt ingenomen door de Zwitserse hoogvlakte (Mittelland). Het is een heuvelachtig gebied tussen de Jura en de Alpen in, met een gemiddelde hoogte van ± 600 meter. De meeste grote steden liggen in dit gebied.
In het Mittelland liggen ook de meeste landbouwgronden, bossen zijn er veel minder te vinden.
Vele rivieren zoals de Rijn, de Rhône, de Aare en de Ticino, doorkruisen Zwitserland. De langste rivier is de Rijn met een stroomgebied van 375 kilometer, waarvan 5% bevaarbaar. Alle Alpenrivieren stromen door grote meren;
hierdoor wordt de waterstand gereguleerd en de rivier van puin en slib gezuiverd.
Zwitserland telt verder meer dan 1000 watervallen en ongeveer 1600 meren. Bij Schaffhausen ligt de grootste waterval van Europa.
Het grootste meer is het Meer van Genève (582 km2). Andere bekende meren zijn het Bodenmeer en het Lago Maggiore.

Weerkaart Zwitserland
Klimaat
Er komt in Zwitserland een grote verscheidenheid aan klimaattypen voor. Van poolklimaatachtig in het hooggebergte boven de sneeuwgrens, tot bijna subtropisch in de zuidelijke alpendalen. Over het algemeen heeft Zwitserland een overgangsklimaat,
van zee- naar landklimaat. De vorm van het landschap is van grote invloed op het klimaat. Ten noorden van de Alpen komt een
Midden-Europees klimaat voor, ten zuiden van de Alpen een mediterraan klimaattype. Men kan zelfs stellen dat elk stukje Zwitserland
zijn eigen klimaat heeft. Zo kan de noordhelling van een berg een droge steppevegetatie hebben, terwijl de zuidhelling bedekt is met dichte bossen. Een ander treffend voorbeeld is Sion, waar gemiddeld bijna 600 mm neerslag per jaar valt.
Dertig kilometer verderop valt op de berg Rochers de Naye gemiddeld 2600 mm neerslag per jaar.

Het weer heeft een onbestendig karakter ook al omdat depressies vaak tussen de bergen blijven hangen.
Zwitserland is tamelijk rijk aan neerslag. Alpen en Jura noodzaken de vochtige westenwinden tot stijgen
en zorgen voor vrij veel neerslag, die dan ook het meest valt aan de Franse kant van de Jura en aan de west- en noordrand van de Alpen. Het gevolg hiervan is dat op de hoogvlakte achter de Jura en in veel alpendalen, gebieden in de regenschaduw, veel minder neerslag valt. Het droogste klimaat van Zwitserland heerst in het Rhônedal. De weersomstandigheden kunnen snel veranderen. Zo kan de temperatuur zeer snel dalen, met name boven de 2000 meter. In de winter doet zich het verschijnsel van de omkering van de temperatuur voor,
als zwaardere koude lucht in de dalen en op de hoogvlakte ligt en daar sterke mistvorming veroorzaakt,
terwijl in de hogere delen de zonnestraling voor hogere temperaturen zorgt.
Veel gebieden in Zwitserland zijn ’s-winters met sneeuw bedekt.
De grote meren matigen de temperatuur op de Zwitserse Hoogvlakte zowel ’s-winters als ’s-zomers.

Bron: www.landenweb.net

Terug naar boven