Woensdag 25 augustus 2010
- Lac d'Emosson -
Om 7 uur begint de wekker langs me te piepen, hét teken om op te staan. Eventjes heb ik de neiging om het ding in de snooze-stand te drukken, maar vandaag doe ik het toch maar niet! De weersvoorspellingen voor vandaag zijn namelijk grandioos en waarom zou je daar geen gebruik van maken. We willen namelijk op de Franse tour vandaag;
een bezoek aan het Lac d'Emosson en Chamonix staat op het programma.
We kleden ons snel aan, en terwijl Bart de ochtendwandeling langs de Saaser Vispa met Bo maakt, loop ik naar de bakker
om verse broodjes te halen. De bakker ligt 3 huizen verderop, ideaal en lekker gemakkelijk!
Tijdens het ontbijt smeer ik de broodjes voor onderweg en de rugzak wordt verder ingepakt met flesjes water en fruit.
Al voor 9 uur zijn we startklaar en stappen de auto in, op weg naar Frankrijk! Het is al aangenaam warm buiten en een onbewolkte lucht, dat beloofd wat voor vandaag!
We rijden via de snelweg naar Martigny en volgen de borden richting Chamonix.
Over de zeer mooie Col de la Forclaz rijden we de besneeuwde bergtoppen van het Mont Blanc massief tegemoet.

De weg over de Col de la Forclaz is een belangrijke verbinding tussen het Zwitserse kanton Wallis en het Franse Val de Chamonix.
De weg begint bij Martigny in het Rhônedal. Dit is een belangrijk verkeersknooppunt omdat hier ook de weg naar de Grote St. Bernardpas naar het Italiaanse Valle d'Aosta aanvangt. Vanuit Martigny gaat de weg de Col de la Forclaz op bijna meteen steil omhoog.
In de hoek van Martigny waar de pas begint liggen wijngaarden. Het stijgingspercentage is gemiddeld 6,6%, aan de zijde nergens hoger dan 9%. Het uitzicht vanaf de weg op het Rhônedal is indrukwekkend. Na 13 kilometer wordt de groene pashoogte bereikt.
De Col de la Forclaz ligt aan de voet van de Mont d'Arpille vanwaar men onder andere uitzicht heeft op de Mont Gele en het massief van de Grand Combin.
De weg daalt met een grote bocht af naar het dorp Trient en daarna verder over een goede weg naar Le Chatelard.
Bij dit grensplaatsje gaat rechtdoor de weg naar de Col des Montets. Naar het noorden buigt een weg af naar het mooi gelegen Finaut
en de Col de la Gueulaz bij de stuwmeren van Emosson.
Bron: Wikipedia |
We zien op een gegeven moment de afslag naar het Lac d’Emosson staan en willen daar eerst naar toe rijden.
Het is nu nog mooi weer en je weet in de bergen nooit of er in de namiddag nog wolken komen opzetten die wellicht
het uitzicht over de Mont Blanc kunnen verhinderen.
We slaan af en rijden nu over de Col de la Gueulaz, die eindigt bij het stuwmeer.
|
De Col de la Gueulaz is een Zwitserse bergpas die Le Châtelard in het Val du Trient (Wallis) met het stuwmeer Lac d'Emosson verbindt.
De pasweg kent slechts een zijde en loopt dood op het stuwmeer. De geasfalteerde weg is van mei tot en met oktober voor verkeer geopend. Het meer kan ook met behulp van twee tandradbaantjes en een panoramatreintje bereikt worden vanuit het dal. De eerste tandradbaan vertrekkend uit
Le Châtelard is met 87% de steilste
ter wereld.
Vanaf de top van de Col de la Gueulaz heeft men een prachtig zicht op het massief van
de Mont Blanc. De pashoogte is het beginpunt van vele gemarkeerde wandelpaden.
Twee populaire tochten zijn het Lac du Vieux Emosson en de 2481 meter hoge
Col de Barberine.
Op 23 augustus 1976 werden in nabijheid
van het Lac du Vieux Emosson 250 miljoen jaar oude voetsporen van dinosauriers gevonden op een hoogte van 2400 meter.
Bron: Wikipedia
|

Al voordat we boven zijn, genieten we van het fantastische uitzicht over het Mont Blanc massief.
We parkeren de auto op de grote parkeerplaats en wandelen richting het stuwmeer.
Het Mont Blanc massief met de Mont Blanc als hoogste bergtop van de Alpen, is in vol ornaat zichtbaar.

De Mont Blanc (Frans voor Witte Berg, Italiaans: Monte Bianco) is de naam van de hoogste top van het Mont Blancmassief.
De Mont Blanc is met 4810,90 meter de hoogste berg in de Alpen. Zonder de 32 meter dikke ijstop, meet hij op die plaats 4779 m;
onder het ijs is dan het hoogste punt 40 m ten westen ervan gelegen (4806/4792 m).
De top ligt op de grens tussen Frankrijk en Italië. Cartografen uit Frankrijk en Zwitserland echter plaatsen het terreingedeelte rond de top in Frankrijk. Deze opvatting is echter omstreden. De voorzitter van een gemengde commissie die divers cartografisch materiaal onderzocht, verklaarde in 2006 dat de top geheel Italiaans zou zijn.
Metingen in 2007 tonen aan dat de top sinds 2003 met meer dan 2 meter is gestegen. De klimaatverandering zorgt ervoor dat er meer westenwinden en hogere temperaturen zijn. Dit zorgt ervoor dat boven 4000 meter de sneeuw meer blijft plakken in de zomer,
hetgeen de totale ijsmassa boven 4000 meter doet toenemen en een verhoging van de top van Mont Blanc tot gevolg.
De top van de Mont Blanc werd voor het eerst bereikt op 8 augustus 1786 door twee inwoners van Chamonix: Jacques Balmat en de
eerder genoemde dr. Michel Paccard. Zij sleepten zo de prijs in de wacht die Horace-Bénédict de Saussure in 1760 had uitgeloofd.
De Nederlandse auteur A. den Doolaard (pseud. C. Spoelstra) schreef hierover, anderhalve eeuw later ter gelegenheid van de 150-jarige herdenking, in 1936 de historische roman "De groote verwildering". Chamonix staat een standbeeld van de twee klimmers,
kijkend naar de top. In het jaar 1986 was de bicentennaire van de eerste beklimming aanleiding voor grootse herdenkingsfestiviteiten
op en rond de berg.
Op 14 juli 1808 bereikte Marie Paradis als eerste vrouw de Mont Blanc.
Ze werd min of meer omhoog gedragen en getrokken door haar gidsen.
In de 19e eeuw werd op de top een hutje gebouwd, het Observatoire Janssen, dat echter in de sneeuw wegzakte en volledig verdween.
De huidige normaalroute - de Goûterroute - is peu difficile en vertrekt vanaf Les Houches, Nid D'Aigle, Cabane de Tête Rousse, Refuge du Goûter naar de top. Deze route is met name later op de dag gevaarlijk bij het oversteken van het Grand Couloir wegens vallend gesteente. Elk seizoen vallen hier doden. Het laatste stuk is nog 1000 hoogtemeters klimmen via de Dôme du Goûter en de Arète des Bosses.
Omkeren kan nog bij de noodhut Refuge Du Vallot. Het succes is afhankelijk van een gedegen conditionele voorbereiding,
mooi weer - geen wind op de topgraat -, een goede uitrusting en veel eigen bergervaring óf begeleiding door Berggidsen.
In noodgevallen kan bij slecht weer een afdaling worden overwogen via de oude normaalroute, over de echter spletenrijke
Bossons-gletsjer. Tourskiën is in de winter de manier om op de top te komen.
Bron: Wikipedia |

Ik stuur snel een paar sms’jes de ether in om dit gevoel wat we nu hebben te delen!
Er zijn geen woorden voor om het uitzicht te beschrijven. Het is er zo ontzettend mooi. Kijk zelf maar!
Nadat we daar een tijdje hebben rondgekeken en genoten van de fantastische natuur en uitzichten lopen we weer terug
naar de auto om dezelfde weg weer terug naar beneden te rijden.

Vorige pagina / Terug naar boven / Volgende pagina