Zaterdag 19 juli 2008

- Reisdag -

Om kwart voor 5 loopt de wekker af. We hebben beide niet zo heel goed geslapen.
Of het komt doordat we uit Mallnitz weggaan of doordat we opnieuw een vrij lange reis voor de boeg hebben? Ik weet het niet.
Bart loopt naar de bakker en komt met heerlijke verse en nog warme broodjes terug. Bij een kop koffie eten we ze op en de rest wordt gesmeerd voor onderweg. De laatste spullen worden nog op de achterbank van de auto gelegd en samen lopen we nog even door het appartement om te controleren of we niets zijn vergeten.
Het is net 6 uur geweest als we bij een temperatuur van 8.5 graden onder een onbewolkte hemel uit Mallnitz wegrijden.

Het is onbewolkt als we uit Mallnitz wegrijden
In het dal hangt nog wat nevel

Als we door het Mölltal rijden, hangt de nevel net boven ons.

De nevel hangt net boven ons

Vanaf de Iselsberg hebben we een prachtig uitzicht over de Lienzer Dolomieten.

De Lienzer Dolomieten

De wolken spelen om de toppen heen

We hebben een mooie route uitgestippeld, maar willen het ook een beetje van de navigatie laten afhangen.
Deze stuurt ons gelukkig door het Pustertal, een alternatief was de Felbertauerntunnel geweest.

Er hangt nog wel wat bewolking
Het mooie Pustertal

Om half 8 passeren we de grens met Italië.

De grensovergang met Italië

De gebouwen zien er direct anders uit

Boven de bergen hangt nog een dikke laag bewolking.

De wolkenband boven de dolomiten

De temperatuur is inmiddels gestegen naar 12 graden.
Rond kwart voor 9 rijden we eindelijk de autobahn op richting de Brenner. Nu kunnen we een beetje gaan doorrijden.
We twijfelen of we de Arlbergtunnel of de Arlbergpas zullen nemen maar omdat het toch mooi weer is nemen we de pas waar we boven een stop houden. Hier drinken we een kop koffie en eten de meegebrachte broodjes op.

In onderstaande diashow ziet u een aantal foto's van onze reis door Oostenrijk.

Fotoimpressie reis door Oostenrijk.
 
We vervolgen onze weg en zijn dan rond het middaguur bij de grens Lichtenstein/Zwitserland.
De temperatuur is hier opgelopen naar 24 graden Celcius.

We rijden nu op de autobahn in Zwitserland

Nu is het een beetje spannend, want we kunnen op 2 manieren naar Gluringen rijden. Via Chur en het district Surselva,
met de mooie plaatsen Flims en Disentis, of de door ons uitgestippelde route langs de Walensee en het Vierwoudstedenmeer.

We laten de route van de navigatie afhangen en deze leidt ons langs de Walensee.
Het is een zeer mooie weg met prachtige uitzichten op het blauwe water.

De Walensee
Het water is prachtig blauw

Het Walenmeer (Duits:Walensee) bevindt zich in de Zwitserse kantons Sankt Gallen en Glarus.

De naam Walenmeer komt van de toenmalige taalgrens tussen de Retoromanen (in het oosten) en de Alemannen (in het westen).
Walen is een verbastering van welschen, een woord dat nog altijd gebruikt wordt om bewoners van Franstalig Zwitserland
mee aan te duiden.

Het meer ligt op 419 meter hoogte en heeft een oppervlakte van 24 km². Het is maximaal 151 meter diep. De temperatuur van het water is, als gevolg van de ligging in een dal met aan beide zijden hoge en steile hellingen, enige graden kouder dan de omliggende meren.
Zelfs in de zomer wordt het water nauwelijks warmer dan 20°C.

De Linth is na het verleggen van de loop van deze rivier de grootste waterleverancier van het Walenmeer.
Voor deze correctie van 1807 tot 1811, was dit de Seez.
Bron: www.wikipedia.nl

We rijden door allerlei kleine tunneltjes langs de rand van het meer en wanneer de weg wegdraait van het meer,
komen we terecht in een heel ander landschap. Het lijkt wel Nederland!

De autobahn richting de Zürichsee loopt door een redelijk vlak gedeelte van Zwitserland

We volgen de autobahn tot aan Freienbach en buigen dan af richting Schwyz.
Vanaf de autobahn heb je een mooi uitzicht over de Zürichsee.

De Zürichsee

Het meer van Zürich (Duits:Zürichsee) ligt ten zuidoosten van Zürich in de Zwitserse kantons Zürich, Sankt Gallen en Schwyz.

Het meer wordt gevuld hoofdzakelijk met water uit de rivier de Linth. Het water stroomt uit het meer via de rivier de Limmat in Zürich,
die uiteindelijk in de Rijn uitmondt. De oppervlakte van het meer is 88,7 km².
De lengte is maximaal 40 km en de breedte maximaal 3,85 km. Het meer ligt op 406 meter hoogte en heeft een maximale diepte
van 143 meter. Het meer bevat ongeveer 3900 miljoen m3 water. In het meer bevinden zich 2 eilanden,
waarvan het eiland Ufenau bewoond is en het eiland Lützelau tot natuurgebied verklaard is.

Het meer van Zürich is ontstaan uit een gletsjer (Linthglesjer) ten tijde van de laatste ijstijd.

Aan de oostkant van het meer ligt de "Goudkust" van Zürich met kapitale gebouwen en villa's. Steden aan het meer zijn Zürich,
Rapperswil, Stäfa, Horgen, Thalwil, Wädenswil, Richterswil, Pfäffikon en Lachen. Tussen Horgen en Meilen wordt een auto-veerdienst ,
en tussen Stäfa, Männedorf en Wädenswil een passagiersdienst onderhouden. Verder worden vanaf Zürich in de zomermaanden verschillende veerdiensten onderhouden, die de dorpen en steden, via het water, met elkaar verbinden.
Deze passagierdiensten zijn uitsluitend bestemd voor het toerisme. Er bestaat een kleine visserij-industrie.

Het meer was voor de laatste keer geheel bevroren in 1963.
Bron: www.wikipedia.nl

De weg richting Schwyz is geen autobahn, maar wel mooi en goed te rijden.

De weg richting Schwyz
Hij is erg afwisselend
Plots duiken de bergen weer voor ons op
We rijden door kleine dorpjes

Vlakbij de Lauerzer see rijden we de autobahn weer op richting de Gotthard.

Het uitzicht over de Lauerzer see

De Lauerzersee ligt in het kanton Schwyz tussen het Vierwoudstedenmeer en het meer van Zürich. Met zijn maximale diepte van 13 meter hoort dit meer bij de vlakste meren van Zwitserland.

Het meer is omringt door de bergen Steinerberg, Rigi en de kleine en grote Mythen.

In het meer bevinden zich twee kleine eilandjes; Schwanau en het onbewoonde eiland Roggenburg.

De naam Lauerzersee is ontstaan uit het gelijknamige plaatsje Lauerz. Een vloedgolf, die door een bergsturz von Goldau in het jaar 1806 ontstond, heeft de hele westkant van het dorp vernietigd. Hierbij kwamen 115 personen om het leven.
Bron: www.wikipedia.de

De Lauerzersee

We volgen de autobahn en komen dan langs de Urnersee, een gedeelte van het Vierwoudstedenmeer.

De Urnersee met het plaatsje Brunnen

Het is er prachtig!

De Urnersee

Het meer wordt omringt door besneeuwde bergtoppen.

De besneeuwde bergtoppen

Der Urnersee ist kein eigenständiger See, sondern ein Teil des Vierwaldstättersees in den Kantonen Uri und Schwyz.
Gewaltige Berge ragen aus dem Wasser zu beiden Seiten und erinnern an einen norwegischen Fjord. Das berühmte Rütli,
die Wiege der Eidgenossenschaft, liegt am nördlichen Ende des Urnersees. In seiner Nähe ragt der Schillerstein aus dem Wasser.
Das Ostufer ist geprägt durch die Axenstrasse, wo auch die Tellskapelle liegt.

Der Urnersee ist wegen des Föhns und der im Sommer wehenden thermischen Winde ein Paradies für Windsurfer.

Mit dem Kies aus dem Ausbruch des Umfahrungstunnels Flüelen und dem NEAT-Basistunnel wurden die Neptuninseln
und die Inselgruppen Lorelei bei Flüelen aufgeschüttet. Einige Inseln sind Vogelschutzgebiet.

Nach dem Urnersee wurde 1977 das angebliche Seeungeheuer Urnie (in Anlehnung an Nessie) benannt.
Tatsächlich war Urnie jedoch eine für die Fernsehsendung Verstehen Sie Spaß? hergestellte Attrappe.
Bron: www.wikipedia.de

Ik wist dat het een prachtig gebied zou zijn, maar nu ik het met eigen ogen zie is het nóg mooier
dan dat ik het me heb voorgesteld.!

Hoge besneeuwde bergtoppen aan de oevers van de Urnersee

Nadat we hier uitgebreid hebben genoten van het uitzicht rijden we over de Axenstrasse verder richting de Gotthard.

De Axenstrasse

Die Axenstrasse verbindet die Schweizer Dörfer Brunnen und Flüelen entlang des Ostufers des Urnersee genannten
südlichen Abschnittes des Vierwaldstättersees. Sie führt durch das kleine Urner Dorf Sisikon.

Das kühne Bauwerk erhielt seinen Namen, weil es dem Axen (auch Axenberg) entlang führt, der dem Urnersee zugewandten Seite des Voralpenbergs Rophaien. Die zweispurige Strasse ist Teil des Schweizer Nationalstrassennetzes und trägt die Nummer N4.
Grosse Teile der Strasse führen durch Kunstbauten wie Tunnels oder Steinschlaggalerien.

Parallel zur Strasse verläuft die doppelspurige Strecke der Gotthardbahn, die zu den Schweizerischen Bundesbahnen (SBB) gehört.

In Altdorf UR verzweigt sich die Hauptstrasse in die Gotthardstrasse, die dem Urner Reusstal folgt, und die Klausenpassstrasse.

Der Bau der Strasse wurde erst 1861 möglich, nachdem genügend Fremdkapital für das Unternehmen gesammelt wurde und sich das Schweizer Militär mit Guillaume-Henri Dufour an der Spitze für den Bau ausgesprochen hatte. Zuvor mussten für den Verkehr über den Gotthardpass auf diesem Abschnitt sämtliche Personen und Güter auf Schiffe verladen werden. Der Abschnitt Sisikon–Flüelen wurde 1864 eröffnet, der Abschnitt Sisikon–Brunnen 1865. Seither wurde die Strasse immer wieder neu ausgebaut sowie in Tunnel verlegt.

Bereits 1880 beförderte die Gotthardpost mehr als 61'000 Reisende über die Axenstrasse, den Urner Talboden und über den Pass.
Die Axenstrasse war bis ins Jahr 1928 gebührenpflichtig.

Immer wieder stürzen Felsmassen, ab und zu auch Lawinen, auf die Axenstrasse. Mitte der Achtzigerjahre war die Strasse nach einem grossen Felsabbruch während mehrerer Monate unterbrochen, sodass Sisikon nur noch per Eisenbahn oder Schiff mit dem restlichen Kanton Uri verbunden war. Anfang der Neunzigerjahre drohte auf dem Schwyzer Abschnitt eine Felsnase auf die Strasse zu stürzen.
Nach dem Bau eines Umfahrungstunnels wurde der Fels kontrolliert gesprengt und stürzte in Stücke zersplittert in den Urnersee.
Bron: www.wikipedia.de

Deze straat loopt door allerlei tunneltjes en gallerijen

Op de radio wordt gemeld dat er file staat op de Gotthard en dat er langzaamrijdend verkeer is richting de Gotthardpas.
Deze weg moeten we ook nemen, dus sluiten we aan in de lange rij auto’s.

We rijden richting de Gotthardpas
De file op de Gotthard autobahn

Rond 14.30 uur rijden we bij Göschenen de Schöllenenschlucht in.
Het is een spectaculaire weg, erg druk met ontzettend veel motorrijders die je zowat in alle bochten passeren.

De vele haarspeldbochten naar de Schollenenschlucht

Die Schöllenenschlucht liegt im schweizerischen Kanton Uri zwischen den Gemeinden Göschenen im Norden und Andermatt im Süden. Durch die Schlucht fliesst die Reuss. Über den Fluss führt die bekannte Teufelsbrücke.

Die wilde Schöllenenschlucht war seit alters her ein nur schwer zu überwindendes Hindernis auf der Route über den Gotthardpass,
die den Kanton Uri mit dem Kanton Tessin verbindet. Vermutlich waren es die Menschen im nur über den Bätzberg zu erreichenden,
vom Rest des Kantons fast abgetrennten Urserentals, welche die Schlucht begehbar machten.

Früher bestand vom Bätzberg hinunter in die Schöllenen ein in den Fels gehauener Stufenweg.
Die Einmündungsstelle in die Schlucht heisst Steiglen, was mit dem lateinischen Wort ' scalineae' (= Treppe) übereinstimmt. Da sich vom Wort 'scalineae' der Name Schöllenen ableitet, ist anzunehmen, dass bereits die Römer den Bätzbergweg gekannt und benutzt haben.

Sage zur Teufelsbrücke

Einer Sage zufolge wurde die erste Teufelsbrücke vom Teufel errichtet. Die Urner scheiterten immer wieder an der Errichtung einer Brücke. Schliesslich rief ein Landammann ganz verzweifelt aus: "Do sell der Tyfel e Brigg bue!" (Da soll der Teufel eine Brücke bauen!).
Kaum ausgesprochen, stand dieser schon vor der Urner Bevölkerung und schlug ihnen einen Pakt vor. Er würde die Brücke bauen und
als Gegenleistung bekomme er die Seele desjenigen, der als erster die Brücke überquere. Nachdem der Teufel die Brücke gebaut hatte,
schickten die schlauen Urner einen Geissbock über die Brücke. Der Teufel war über diesen Trick sehr erzürnt und holte einen haushohen Stein, mit dem er die Brücke zerschlagen wollte. Es begegnete ihm aber eine fromme Frau, die ein Kreuz auf den Stein ritzte.
Den Teufel verwirrte das Zeichen Gottes so sehr, dass er beim Werfen des Steines die Brücke verfehlte. Der Stein fiel die gesamte Schöllenenschlucht hinab und wird seit daher "Teufelsstein" genannt.

In 1977 wurde der 220 Tonnen schwere Teufelsstein mit einem Budget von 300 000 Franken um 127 Meter verschoben, um der Gotthardautobahn Platz zu machen. Die Verschiebung des Teufelssteins wird in einer modernen Erweiterung der Volkssage für die unerklärliche Häufung von Verkehrsunfällen auf dem Kilometer 17 des Gotthard-Strassentunnels verantwortlich gemacht.
Bron: www.wikipedia.de

Uitzicht vanuit de Schöllenenschlucht

Een lange rij auto's voor ons
De Schöllenenschlucht bestaat uit ontzettend veel haarspeldbochten

De parkeerplaats bij de Teufelsbrücke staat helemaal vol en aangezien wij toch nog wel even onderweg zijn, rijden we door.

De parkeerplaats in de Schöllenenschlucht om de Teufelsbrücke te kunnen bezichtigen

Bij Andermatt lost het zich wat op omdat de meeste de Gotthardpas nemen en wij richting de Furkapas moeten.
We rijden door het mooie rustige Ursenental richting Realp.

Het Ursenental is vrijwel onbewoond
In de verte de Furkapas

Het Ursenental vanaf de Furkapas

We rijden opnieuw in colonne de Furkapas op en we staan versteld van de vele bochten en smalle weg die deze pas heeft.
Er staan weinig tot geen vangrails langs de weg, iets wat we in Zwitserland niet verwacht hadden.
Desondanks is het een prachtige omgeving.

Geen vangrails langs de Furkapas

De Furkapas is een bergpas in Zwitserland die de verbinding vormt tussen de kantons Wallis en Uri.
De pashoogte ligt op een hoogte van 2.431 meter. De Furkapas vormt ook een waterscheiding tussen de Middellandse Zee
(aan Walliser zijde via de Rhône) en de Noordzee (aan Urner zijde via de Furkareuss die weer uitmondt in de Rijn).

De Furkapas begint in het Oberen Goms in het Wallis. Van Oberwald tot Gletsch lopen de routes van de Furkapas en de Grimselpas gelijk op. In Gletsch buigt de weg naar de Grimselpas in noordelijke richting af naar Meiringen in het kanton Bern. Op 2272 meter hoogte,
iets ten westen van de pashoogte, ligt het Belvédère Hotel. Daar begint een pad naar de Rhônegletsjer, de oorsprong van de Rhône.
Begin 19e eeuw reikte deze gletsjer nog tot aan het dorp Gletsch. Na de pashoogte daalt de weg naar het dal Ursenen in Uri,
met achtereenvolgens de plaatsen Realp, Hospental en Andermatt.

De pasweg is afhankelijk van het weer over het algemeen gesloten in de maanden november tot en met mei. Als de winter vroeg invalt wordt de pasweg sneller gesloten. In de winter kan het verkeer in plaats van de pasweg de autotrein door de Furka-BasisTunnel gebruiken. De Matterhorn-Gotthard-Bahn (MGB) verzorgt regelmatig treinverkeer door de tunnel tussen Oberwald en Realp.
Bron: www.wikipedia.nl

Weinig vangrail maar wel mooie bergen
Een verlaten hotel langs de weg

Welkom in Wallis!

Welkom in Wallis

Hoge besneeuwde bergtoppen zijn het kenmerk van Wallis

Bij hotel Belvédère is het ontzettend druk met bussen dus we rijden snel door.
Vanuit dit hotel kun je de Rhônegletsjer bezoeken.

De drukte bij hotel belvedere

De Rhônegletsjer is de oorsprong van de Rhône. De gletsjer ligt circa 5 km van Oberwald, nabij de Grimselpas en de Furkapas.
Tot 1984 was de Rhônegletsjer familiebezit; nu behoort hij aan het kanton Wallis. Elk voorjaar opnieuw wordt er in het ijs van de gletsjer een grot uitgegraven, die te bezoeken is. Dit gebeurt door de familie Carlen, waarbij dit al de vierde generatie is die deze taak op zich neemt.

Al in 1830 bestond er een natuurlijke grot in de Rhônegletsjer. Later werden door de mensen die de gletsjer als hun eigendom beschouwden een grot in de gletsjer uitgehakt. Dit gebeurt nu al ruim 160 jaar. Sinds 1984 is er een organisatie die de belangen van de privé-personen heeft overgenomen. De natuurlijke grot in de Rhônegletsjer verdween nog voor de eeuwwisseling doordat de gletsjer zich terug trok.
Sinds 1894 ongeveer wordt een grot bij het Belvédère met veel moeite uit het ijs gehakt.

De gletsjer werkt en wandelt de hele tijd waardoor de grot elk jaar opnieuw moet worden uitgehakt.
Ter hoogte van de ijsgrot verschuift de gletsjer elk jaar 30 tot 40 meter, dat betekent zo'n 10 cm per dag. In het voorjaar is dan ook de ingang van de grot van het voorgaande jaar niet meer toegankelijk en moet er geheel opnieuw begonnen worden. Ook de gang kan niet hergebruikt worden. Elk jaar, zo half mei, begint een groep van arbeiders met het uithakken van de grot. De pasweg is dan nog voor verkeer afgesloten en de arbeiders verblijven enkele weken in eenzaamheid op de berg en in de gletsjer. Bij begin van de werkzaamheden ligt vaak nog zo'n 10 m sneeuw op de parkeerplaats van het Belvédère.
Na ruim een maand, zo midden juni, wanneer de pasweg na de wintersluiting weer wordt geopend is het werk aan de grot gereed.
Een ijstunnel van circa 100 m en meer dan 2 m hoog en breed, is aangenaam om door te wandelen.
Aan het einde van de gang bevindt zich de eigenlijke grot van 8 bij 5 bij 3 meter.

Om de gang en de grot te maken heeft men veel kennis en ervaring nodig, omdat spelonken en binnendringend water vermeden moeten worden. Ook moet de weg zo aangelegd worden dat hij de hele zomer gebruikt kan worden. Vaak moet eerst een schacht door de sneeuw gemaakt worden om bij het gletsjerijs te kunnen komen. In totaal moet er circa 350.000 kg ijs uitgehakt worden.

Tegen het einde van het seizoen, zo eind oktober, als de pasweg weer wordt gesloten in verband met de nieuwe sneeuwval,
dan heeft de gletsjer zich ruim 20 m richting het dal verschoven. Aan de andere kant is er ook door de zon het nodige ijs gesmolten.
Was de gang door de gletsjer aan het begin van het seizoen circa 100 m lang, aan het einde zijn het er vaak nog maar zo'n 60 tot 80 m, afhankelijk van het weer die zomer. Door het verplaatsen van de gletsjer moet ook de ingang steeds verplaatst worden.
In warme zomers iedere week en als het minder heet is, elke veertien dagen.
Bron: www.wikipedia.nl

De Rhonegletsjer

Via de pasweg hebben we evengoed een mooi uitzicht op de Rhonegletschjer.

De Rhonegletsjer vanuit de Furkapas

De Furkapas ziet er best spectaculair uit!

De Furkapas heeft veel haarspeldbochten

Bij het dorpje Gletsch splits de weg zich naar de Grimselpas.

De Grimselpas vanuit de Furkapas

Maar vanuit Gletsch heb je ook een mooi uitzicht op de Furkapas.

De Furkapas

Uiteindelijk, naar zeer veel bochten komen we toch wel vermoeid aan in Gluringen.
Het is kwart over 4 en we hebben een heerlijke temperatuur van 25°C.
We zijn ongeveer 10 uurtjes onderweg geweest en hebben een fantastische route gereden.


Grotere kaart weergeven 

Gelukkig kunnen we ons appartement vrijwel direct vinden. Het is groot en mooi en bevat alles wat we nodig hebben.
We bellen snel met het thuisfront dat alles goed heeft gegaan en dat we voor de komende week op een mooie plek zitten.
Ook stuur ik Frans en Ans een sms-bericht dat alles goed heeft gegaan.
Zij zijn vandaag naar Feldthurns vertrokken, ook een thuishaven voor hun.

Wat we wel merken is dat Zwitserland inderdaad “anders” is dan Oostenrijk. Je moet goed luisteren naar wat ze zeggen,
want het Zwitsers is vrij moeilijk verstaanbaar. Ook moeten we hier zelf het bed opmaken, iets wat we nog nooit eerder hebben moeten doen. Niet dat we dat zo’n probleem vinden, maar het is wel anders dan dat we kennen.
Na het eten wandelen we nog wat door het dorp en na nog even televisie te hebben gekeken vallen we beide om van de slaap. Morgen zien we vanzelf wel wat we gaan doen. Er zijn mogelijkheden genoeg.
Volgens mij zijn de weersvoorspellingen vrij aardig deze week. Gelukkig maar.

Gluringen in het Gomsdal

Vorige pagina / Terug naar boven / Volgende pagina