- Spanje -
Landeninfo

Zon, zee en strand zullen de meeste van Spanje denken. Het land heeft heel wat meer te bieden dan dat alleen.
Buiten strand en palmbomen zijn er ook hoge bergen en prachtige natuur te vinden.
Het loont zeker de moeite om eens het achterland te gaan bezoeken!

Geografie |

Spanje is na Zwitserland het land met de hoogste gemiddelde hoogte van Europa: gemiddeld 660 meter boven de zeespiegel. Maar 11% ligt lager dan 200 meter en 42% ligt hoger dan 1200 meter; Madrid is de hoogst gelegen hoofdstad van Europa. Het kernlandschap van Spanje is de Meseta, een zeer uitgestrekte hoogvlakte, die door het granietrijke Castiliaans Scheidingsgebergte (Cordillera Central; 600 kilometer lang) in tweeën wordt gesplitst: de Submeseta Norte en de Submeseta Sur, ook wel Oud-Castilië en Nieuw-Castilië genoemd. De hoogste top is Sierra de Gredos (2592 m). Het noordelijk deel van de Meseta ligt op een hoogte van 800-900 meter, het zuidelijk deel ligt op een hoogte van 600-700 meter. De zuidelijke begrenzing wordt gevormd door de Sierra Morena, de noordoostelijke begrenzing door het jongere Iberisch Randgebergte, dat het jonge dalingsgebied van de Ebro begrenst. De Ebro breekt in de benedenloop door het langs de kust gelegen Catalaans Gebergte. De Pyreneeën, met toppen boven de 3000 m (hoogste top Pico de Aneto, 3404 m), zijn in het oosten vrij breed en worden naar het westen toe steeds smaller. Hierop sluit aan het Asturisch-Cantabrisch gebergte (hoogste top Picos de Europa, 2648 km) met het Galicisch massief. In het zuidoosten ligt het Andalusisch gebergte dat ook wel Betische Cordillera wordt genoemd en zich uitstrekt van Gibraltar, en in feite doorloopt tot op de Balearen. Het hoogste gedeelte van dit jonge gebergte wordt gevormd door de Sierra Nevada met de Mulhacén (3481 meter) als hoogste top van het Spaanse vasteland. Opmerkelijk is dat de hoogste top op Spaans grondgebied de Pico de Teide op het Canarische eiland Tenerife is (3707 meter). Aan de voet van de vele bergketens komen even zovele landschappen voor, zoals de groene valleien in het noorden, de woestijnachtige gebieden van Extremadura, de rijstvelden van de Levante, de olijf- en appelboomgaarden van Andalusië, het palmenwoud van Elche in Alicante en de vele rotskusten. |
Klimaat Als gevolg van het reliëf zijn er in Spanje grote klimaatsverschillen tussen zowel de verschillende gebieden als binnen deze gebieden. Ook zijn er grote verschillen tussen de seizoenen en de dag- en nachttemperaturen. Grote delen van Spanje hebben meer een landklimaat dan een Middellandse Zee-klimaat. Met name het binnenland heeft een typisch landklimaat. Daar komen grote temperatuurverschillen voor met zomertemperaturen van gemiddeld 24°C en wintertemperaturen van gemiddeld 2 tot 4°C met geregeld nachtvorst. 's Zomers komen de temperaturen soms rond de 40°C uit terwijl 's winters temperaturen tot –10°C voorkomen. De neerslag is op sommige plaatsen in het binnenland zo gering dat van een steppeklimaat moet worden gesproken. Het continentale karakter van het klimaat wordt ook sterk bepaalt door de koude "norte"-wind in de winter en de hete, droge en stoffige "solano" en "leveche" in de zomer. De gehele oostkust heeft een Middellandse Zee-klimaat met hete en zeer zonnige zomers en naar het zuiden iets toenemende temperaturen (juli: Barcelona 23,3 °C; Cartagena 23,9 °C). De winters zijn aan de Middellandse Zeekust zacht (10-12 °C) met maar weinig regenval. De noordkust heeft een gematigd vochtig zeeklimaat en het is 's zomers een stuk koeler (18-22 °C) dan het binnenland en de winters zijn er zacht (7-10 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt te Santiago de Compostela in het noordwesten 1600 mm tegen bijvoorbeeld niet meer dan 540 mm te Barcelona en 420 mm te Madrid. Spanje wordt ook wel een verdeeld in het "groene Spanje" ofwel España Verde of la España húmeda in het noorden en noordwesten en het "droge Spanje" ofwel la España seca. Het "droge" Spanje kent soms een aaneenschakeling van droge jaren waarin gemiddeld veel te weinig regen valt. Ongeveer 40% van de Spaanse grond is nu al te droog en dat percentage wordt steeds groter. Nauw verbonden met het watertekort (verdwijnen vegetatie) en de grote hoeveelheden neerslag als het een keer regent, is het grote probleem van de erosie waardoor jaarlijks miljoen tonnen aarde van de bergen waaien of gespoeld worden. Verwoestijning komt voor in Murcia, Andalusië, Aragón, Castilië en Valencia. De Balearen hebben zachte winters en warme, droge zomers. De Canarische eilanden hebben daarentegen een veel constanter klimaat met temperaturen van 27°C in de zomer en van 22°C in de rest van het jaar. De regenval op de Canarische Eilanden neemt sterk af van het waterrijke westelijk gelegen La Palma naar de zeer droge westelijke eilanden. Fuerteventura heeft zelfs gedeeltelijk een woestijnklimaat. Bron: www.landenweb.net |