Donderdag 17 juli 2008

- Tierpark Rosegg-

Ook gisteravond ben ik al vroeg in slaap gevallen, vandaar dat ik vanochtend waarschijnlijk ook vrij vroeg wakker ben geworden. Bart die slaapt nog en daarom zorg ik vanochtend voor de broodjes en laat Bo uit.
Als de koffie bijna is doorgelopen, de eitjes zijn gekookt en de ontbijttafel is klaargemaakt, staat Bart in een keer langs me.
Hij werd wakker van de geur van de koffie!
Buiten regent het alweer en de wolken hangen over de bergtoppen heen.

We overleggen tijdens het ontbijt wat we gaan doen. We gaan naar Rosegg om het dierenpark te bezichtigen.
Bij regenweer vinden wij dit toch wel een prima alternatief. Daarbij hebben we al eerder meegemaakt dat het in de regio van de Wörthersee over het algemeen iets beter weer is dan in Mallnitz.
De broodjes worden gesmeerd en de rugzak wordt klaargemaakt waarna we in de stromende regen uit Mallnitz wegrijden.
Het Mölltal zelf is erg regenachtig, maar zogauw we op de autobahn richting Villach rijden wordt het droog en komt er een waterig zonnetje te voorschijn. De temperatuur loopt zelfs op naar een 25 graden!

Ligging Rosegg

 

In Rosegg is het zelfs benauwd. Hier zal het waarschijnlijk binnenkort gaan regenen,
althans als we de weersvoorspellers mogen geloven.

Dreigende wolken boven de Karawanken

We parkeren de auto op de grote parkeerweide nabij het Tierpark en wandelen daarna het park in.

Het Tierpark Rosegg is het grootste dierenpark van Karinthië en herbergt ongeveer 400 dieren van 35 verschillende diersoorten.
Door middel van een mooie rondweg wandel je langs al deze verschillende diersoorten.

Een plattegrond van het gehele Tierpark

De rondwandeling staat duidelijk aangegeven

Als eerste wandelen we langs de "Hierschwiese" waar zich verschillende soorten herten bevinden.

De herten laten zich voeren
De herten hebben zware geweien op hun hoofd

Het edelhert (Cervus elaphus), in jagersjargon roodwild, is een hertensoort die voorkomt in Europa, Azië en Noord-Amerika.
De Noord-Amerikaanse ondersoorten, die samen wel wapiti worden genoemd, worden soms als een aparte soort, Cervus canadensis, beschouwd. Ook Europa en Azië kent enkele ondersoorten. Het is op de eland na het grootste hert.

In de zomer zijn de dieren roodbruin van kleur, in de winter grijsachtig bruin. De buikzijde is wit en het staartstuk is roomkleurig.
De rui begint eerst bij de kop, de poten en het voorlijf. In september begint de zomervacht plaats te maken voor de wintervacht,
en in december is deze volledig vervangen. De zomervacht komt weer terug in mei, en is in juli of augustus compleet.
De gemiddelde lichaamsgrootte van een edelhertenpopulatie wordt beïnvloed door meerdere factoren. Edelherten uit bosgebieden zijn kleiner dan die uit meer open gebieden, en de lichaamsgrootte neemt toe van het westen naar het oosten. Ook zijn mannetjes groter dan vrouwtjes. De kop-romplengte ligt tussen de 165 en de 260 centimeter, de schouderhoogte tussen de 114 en de 140 centimeter.
De staart is zonder het haar meegerekend tussen de 12 en de 15 centimeter lang, met haar ongeveer 20 centimeter.
Mannetjes worden tot 255 kilogram zwaar, vrouwtjes tot 150 kilogram.

Enkel het mannetje draagt een gewei dat gemiddeld zo'n 70 centimeter lang en 1 kilogram zwaar is, maar kan uitgroeien tot meer dan 90 centimeter. Het gewicht kan variëren van 4 tot 10 kilogram. Aan het gewei kan men enigszins de leeftijd aflezen. Een jong edelhert heeft gewoonlijk een kleiner gewei met weinig vertakkingen, maar een hert in zijn laatste levensfase zal ook weer een kleiner gewei met minder takken krijgen. Een gezond dier heeft een forser en zwaarder gewei, maar niet per sé meer enden dan een ziekelijk dier.
Er is een duidelijk verband tussen de kwaliteit van het leefgebied en de grootte van de hertengeweien.

Edelherten zijn zeer tolerant ten aanzien van verschillende habitats en komen in een grote diversiteit aan gebieden voor.
Van drogere loofbossen en heidevelden tot zeer vochtige milieus als venen en moerassen worden bewoond. In hooglanden
(bijvoorbeeld de Schotse Hooglanden) en in berggebieden als de bergen van Noorwegen, de Karpaten en de Alpen,
begeven de dieren zich zomers tot boven de boomgrens. 's Winters leven ze meer in het dal.
Het edelhert lijkt een voorkeur te hebben voor bosgebieden, die grenzen aan grasgebieden waar het dier zich voedt.
Bron: www.wikipedia.nl

De "Hierschwiese"

We wandelen de historische parkmuur door, die in 1830 door de Ridders van Bohr is gebouwd.
Vrij snel zien we op een boomstam een prachtige moeflon staan.

De steenbok houdt alles in de gaten
Ook hier is het gewei een pracht om te zien

De moeflon is het kleinste wilde schaap. Beide geslachten hebben horens. Vooral bij oude rammen zijn de horens indrukwekkend,
ze krullen om achter de oren en kunnen 85 centimeter lang worden. Ooien op Sardinië hebben geen hoorns,
ooien op Corsica en het Europese vasteland hebben korte stompjes. Bovendien hebben de rammen in de wintertijd een opvallend lichtgekleurd "zadel", witte "sokken" en snuit en een donkere nek, schouders en bovenbenen. 's Zomers zijn deze tekeningen minder duidelijk zichtbaar. Bij oudere mannetjes zijn het zadel en de snuit lichter van kleur.
Vrouwtjes en jonge mannetjes hebben een roodbruine tot chocoladebruine vacht met een wittige buikzijde. De vacht is vrij kort.

De moeflon wordt 110 tot 130 centimeter lang, met een 6 tot 10 centimeter lange staart.
De rammen worden groter dan ooien: de ram heeft een gemiddelde schofthoogte van 75 centimeter en een gewicht van 35 tot 50 kilogram,
terwijl de ooi een gemiddelde schofthoogte van 65 centimeter en een gewicht van 30 tot 40 kilogram heeft.

Moeflons komen met een karig dieet toe. Ze eten voornamelijk grassen, twijgen, knoppen, jonge bladeren en 's winters boomschors.
Het zijn van nature schuwe dieren, die enkel 's nachts en in de schemering actief zijn.

De moeflon komt voornamelijk voor in hellingbossen en op bergweiden. Hij stamt af van tamme schapen, die tijdens het Neolithicum op Corsica en Sardinië zijn uitgezet. In de zeventiende eeuw kwam de moeflon slechts voor op Corsica en Sardinië en slechts in zeer kleine aantallen. In de eeuw daarop is een klein aantal als jachtwild uitgezet in diverse delen van Europa. Momenteel leven er op de Veluwe in omheinde gebieden een 300 dieren in Nederland. Sinds kort komen er ook een aantal voor in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
De laatste natuurlijke populaties zijn bedreigd en bestaan uit nog enkele honderden dieren; de elders uitgezette kudden floreren echter.
Bron: www.wikipedia.nl

We wandelen verder en staan dan oog in oog met een Lynx.

De Lynx zit gelukkig achter een hekwerk

De Euraziatische lynx of los (Lynx lynx) is een katachtig roofdier, ter grootte van een herdershond. De pardellynx (Lynx pardinus) wordt soms als een ondersoort van de Euraziatische lynx beschouwd, evenals de Canadese lynx (Lynx canadensis).

De lynx heeft karakteristieke bakkebaarden, gepluimde oren en een kort staartje. Hij staat hoog op de poten. De vacht van de lynx is in de zomer geelbruin. 's Winters is de vacht bleker en dikker. Verspreid over zijn lichaam liggen enkele kleine, bleke vlekken.
Vooral de ledematen zijn duidelijk gevlekt. De staart is kort met een zwart puntje.
Lynxen zijn goed tegen kou bestand, dankzij de dichte vacht en de haarkussens aan hun voeten. De gepluimde oorschelpen zijn uiterst nuttig voor het opvangen van zelfs de zwakste geluiden. Ze hebben als het ware de functie van antennes.
De kop-romplengte ligt bij een volwassen lynx tussen de 80 en 130 cm, de schouderhoogte tussen de 60 en de 75 cm, gemiddeld 65 cm.
Het staartje wordt 11 tot 25 centimeter lang. Lynxen wegen 18 tot 25, soms tot 38 kg.

De Euraziatische lynx komt voor in de wouden van Europa en Noord- & Centraal-Azië, van het Himalayagebergte tot Siberië.
Hij heeft een voorkeur voor volwassen, dichtbegroeide naaldwouden en gemengde bossen, met veel bomen en een dichte ondergroei.
Ook komt hij voor in steile rotsgebergten tot 1000 meter hoogte. Een enkele keer worden ze tot op 2000 meter hoogte aangetroffen.
Daar waar hij nog aangetroffen wordt, is het een beschermd dier. Op sommige plaatsen neemt zijn aantal zelfs weer toe, zoals nu in delen van Europa. Redelijk recent is de soort geherintroduceerd in de Alpen van Frankrijk en Zwitserland, de Jura, de Vogezen en de Harz.
Bron: www.wikipedia.nl

Een stukje verderop staat een prachtige Nandoe, de grootste vogel van Zuid-Amerika.

De Nandoe heeft ook drie tenen in plaats van twee
De Nandoe lijkt op een struisvogel

De nandoe (Rhea americana) is een Zuid-Amerikaanse loopvogel uit de familie Rheidae.
De vogels trekken al gras etend over open vlaktes, veelal in het gezelschap van andere grazers. Daarnaast eten nandoes ook een verscheidenheid aan dierlijk en plantaardig voedsel.

Een nandoe lijkt uiterlijk veel op een struisvogel, maar is beduidend kleiner en lichter.
Een volwassen nandoe is ongeveer 120 cm lang en 20 kg zwaar. Andere verschillen met een struisvogel zijn,
dat een nandoe drie tenen heeft in plaats van twee en dat de seksen nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.
Nandoes hebben hoofdzakelijk bruine bevedering, met een wit onderlichaam. Ze vermijden contact met vijanden door weg te rennen.
Hun vleugels gebruiken ze dan om te sturen.
Het vrouwtje legt tot vijftig eieren in een grondnest dan door verschillende soortgenoten wordt gebruikt. Het mannetje broedt
vervolgens de eieren uit. Ook brengt het mannetje gedurende circa zes weken de kuikens groot.
Mannetjes en vrouwtjes vormen geen blijvende paren.

In Brazilië worden nandoes gevangen voor de veren. De Nandoe komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika.
Bron: www.wikipedia.nl

Een prachtige close-up van een Nandoe

Ik kan me weer eens goed uitleven met mijn fototoestel.
Gisteren vroeg Frans me nog waarom ik nog steeds geen spiegelreflexcamera had gekocht en ik heb hem daarop
mijn mening gegeven waarom ik dit (nog) niet heb gedaan. Ik heb namelijk het idee dat ik met een spiegelreflex geen betere foto's zal maken.
Hij vertelde me dat het wél een duidelijk verschil zou geven en ik er zéker betere foto’s door zou gaan knippen.
Nu ik vrijwel alle dieren op de diafragmastand probeer te fotograferen, waardoor je bovenstaande effect kan krijgen,
moet ik hem toch wel een beetje gelijk geven dat ik nu best wel graag een spiegelreflexcamera bij me had gehad.
Je hebt er inderdaad toch veel meer mogelijkheden mee. Nog eventjes doorsparen dus…….

Het park zelf bevat ook nog enkele oudheden, zoals de oude parkmuur die rondom een gedeelte van het park staat.

De oude parkmuur dateert van 1830

Het is heerlijk wandelen door het park
De uitzichten zijn op sommige plaatsen erg mooi

Het pad loopt verder omhoog

De Burgruïne Rosegg is niet toegankelijk doordat deze in zeer vervallen staat is.

Burgruïne Rosegg
Er groeien door de verval zelfs kleine boompjes

Het uitzicht vanaf de ruïne

De Alpensteenbok houdt Bo goed in de gaten.

De Alpensteenbok
De Alpensteenbok
De alpensteenbok (Capra ibex) is een hoefdier uit de familie der holhoornigen (Bovidae). Net als de overige steenbokken behoort de alpensteenbok tot de geiten (Capra). De alpensteenbok komt enkel voor in de Alpen.

De vachtkleur van de Alpensteenbok is voornamelijk bruinig grijs, met een aantal donkere plekken. De buikzijde is bleek of wit en op de flanken is een duidelijke afgrenzing te zien. Beide geslachten hebben hoorns. De hoorns van het mannetje wijzen achterwaars
en zijn aan de voorkant geringd. De hoorns worden maximaal 85 centimeter lang, die van vrouwtjes zijn kleiner.
Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Een volwassen mannetje wordt 130 tot 150 centimeter lang en 65 tot 120 kilogram zwaar,
een vrouwtje 105 tot 125 centimeter lang en 40 tot 70 kilogram zwaar.
De staart is 12 tot 15 centimeter alng en de schouderhoogte is 65 tot 90 centimeter.

Alpensteenbokken leven hoog in de bergen op een hoogte tussen de 2000 en 3500 meter. Ze grazen voornamelijk op alpenweiden,
boven de boomgrens. In de lente begeven ze zich ook onder de boomgrens, om daar te grazen van de verse jonge grassen.
Bron: www.wikipedia.nl

Je denkt dat ze achter een afrastering staan, maar wat blijkt nu......
via een loopbruggetje kunnen ze er gewoon overheen klauteren en net als wij, door het park lopen.

De Alpensteenbok wandelt ook door het park

Tijdens de rondwandeling kunnen we ook nog genieten van de verschillende mooie uitzichten.De Tauernautobahn
De Karawanken
De Karawanken
Mooie natuur
En het park zelf
Bij een grote poel zien we een aantal Davidsherten liggen.

Een aantal Davidsherten liggen in de modder

Het Pater-Davidshert (Elaphurus davidianus) is een merkwaardige vertegenwoordiger van de herten. Hij behoort tot de onderfamilie Cervinae. Hij is de enige levende soort van het geslacht Elaphurus.

Het grote, bruin gekleurde dier (schouderhoogte 115 cm, gewicht 150-200 kg) is gekenmerkt door een lange kop, lange staart (ca. 50 cm) en lange poten met brede hoeven, die evenals bij het rendier bij het lopen een krakend geluid maken.
Het grote gewei heeft geen oogtak (eerste en voorste zijtak) en alle einden zijn naar achteren gericht.
Draagtijd 40 weken, één jong per worp (gevlekt). Maximale levensduur 20-25 jaar.

Het Pater-Davidshert is een bewoner van open terrein met veel water en ook wel van moerassen.
Oorspronkelijk bewoonde het grote delen van China.
Bron: www.wikipedia.nl

Een stukje verderop liggen twee bisons te dagdromen.

De Bisons zijn aan het dagdromen
Het zijn immense dieren

De wisent of Europese bizon (Bison bonasus) is een Europees rund dat van oorsprong voorkomt in de bossen.
De wisent is nauw verwant aan de Amerikaanse bizon (Bison bison). Aan het begin van de twintigste eeuw was de soort in het wild uitgestorven, maar tegenwoordig komt ze weer op enkele plaatsen in het wild voor.

De wisent is een stevig dier met een korte, brede kop en een hoge rug. Een ruwe, warrige manen bedekt het voorste gedeelte van het lichaam, waardoor deze zwaarder lijkt. Vooral bij de stier is dit het geval. De vacht is donkerbruin van kleur. De rui valt in de lente of aan het begin van de zomer. Beide geslachten dragen hoorns.

De wisent heeft een kop-romplengte van 250 tot 270 centimeter en een schouderhoogte van 180 tot 195 centimeter.
Mannetjes (stieren) worden zwaarder dan vrouwtjes (koeien). Het mannetje weegt tussen achthonderd en negenhonderd kilogram,
het vrouwtje tussen vijfhonderd en zeshonderd kilogram. De wisent is het grootste Europees zoogdier.

De wisent komt voor in parkachtige loofwouden of in gemengde bossen waar loofbomen domineren. Ook leven ze in moerassige, bosachtige streken. De wisent leeft van grassen, knoppen, bladeren van struiken en bomen en twijgjes,
aangevuld met eikels in de herfst en hei en altijdgroene bomen in de winter.

De wisent is voornamelijk 's nachts actief, maar laat zich ook overdag zien. 's Middag rust hij.
De wisent leeft in kuddes van tien tot dertig dieren, geleid door een oudere koe. Zeer oude dieren leven solitair.
Bron: www.wikipedia.nl

We leggen Bo langs een Mangalitza varken, ook wel wolvarken genoemd, welke gewoon doorslaapt.

Bo samen met het Mangalitza varken

Het Mangalitza varken komt oorspronkelijk uit Noord Servië en Hongarije. Door z’n krullerige vacht staat het ook wel bekend als wolvarken. Het komt voor in diverse kleuren: er zijn geelwitte varkens, rode en varkens met een donkerbruine rug en een witte buik.
De lichtgekleurde Mangalitza is het Hongaarse spekzwijn, de rode stamt af van het Hongaarse Szalonta varken en de donkerbruine is een kruising tussen de lichtgekleurde en het Servische Szerémség varken.
Ooit bestond er ook nog een zwarte Mangalitza, maar dat type is uitgestorven.Jarenlang was de Mangalitza een populair ras vanwege
de kwaliteit van het vlees en de flinke speklaag. De intensivering van de varkenshouderij met zijn voorkeur voor de Engelse rassen,
betekende bijna de ondergang van het varken. Toch zijn er nog steeds boeren en hobbyboeren die het ras koesteren.
En gelukkig maar. Dankzij tientallen fokkers in heel Europa heeft het Mangalitza varken kunnen overleven.

De Mangalitza is een echt spekzwijn, met goede moedereigenschappen, prima af te mesten, goed bestand tegen kou, zeer beweeglijk en daardoor goed te houden als scharrelvarken. Het is namelijk ook een sterk varken. Ze kunnen goed buiten verblijven, maar in de zomer moeten ze wel kunnen schuilen tegen de zon. Zeugen en beren hebben, mits goed gehouden, een rustig, sociaal karakter.
Bron: www.levendehave.nl

Aan de overzijde zien we de "Familie Hangbuikzwijn".

Mamma Hangbuikzwijn
De kinderen Hangbuikzwijn

De hele familie bij elkaar

Het hangbuikzwijn (Sus scrofa vittatus) is een varken dat in Vietnam en China vaak voorkomt.
Andere namen die wel worden gebruikt zijn het hangbuikvarken of het minivarken.
Het is een klein varkentje met een gedrongen kop en met kleine spitse oren. De rug is meestal licht doorgezakt en het beestje heeft een hangbuik die vaak de grond raakt (vandaar zijn naam) doordat de poten tamelijk kort zijn. De huid is dik en vaak geplooid.
Zijn kleur is zwart, wit, grijs, of combinaties van deze kleuren. De mannetjes hebben op hun hoofd en een deel van hun rug
een kam van langere haren, de borstels genoemd.
Het hangbuikzwijntje wordt ongeveer 50 tot 60 cm hoog en bereikt een gewicht van ongeveer 65 kilo.
Bron: www.wikipedia.nl

Na ongeveer 2 uurtjes zijn we weer door de oude muur richting de uitgang.
Omdat het nog redelijk vroeg is rijden we richting Villach om daar het grote winkelcentrum te bezichtigen, het Atrio.
Gisteren vertelde Ans en Anita hierover en volgens Ans zouden we hier ook gewoon met de hond naar binnen kunnen.

We parkeren de auto op de gratis parkeerplaats en wandelen richting het centrum.
Helaas, een groot rood bord met een grote rode streep door een hondje, geeft aan dat Bo er jammer genoeg niet welkom is.
Daarom loop ik noodgedwongen alleen het immens grote winkelcentrum binnen.

Bij de megaspar koop ik een flesje zonnebrandcrème, welke ik vergeten was mee te nemen en wat we zeker voor de aankomende dagen, als het weer hopelijk beter gaat worden, nodig zullen hebben.
Ook koop ik nog wat voor het avondeten. In deze immens grote supermarkt hebben ze volgens mij wel alles wat je maar kan kopen, van etenswaren tot kleding en van koffers tot elektronica. Doordat Bart buiten zit te wachten neem ik me niet de tijd om dit alles te bekijken. Anita heeft me gisteren verteld dat het vakantie is en ik gewoon rustig aan kan lopen……
inmiddels ben ik dit dus vergeten, want ik vlieg zoals gewoonlijk door de winkel heen en sta in een mum van tijd weer buiten.
En Bart, die zit gezellig met een paar Oostenrijkers te kletsen over van alles en nog wat. Ik had het kunnen weten…….

We rijden via de Affritzer see terug en stoppen vlak voor Millstatt om hier een cappuccino met Apfelstrudel te eten.

De eerste apfelstrudel van deze vakantie smaakt heerlijk!

Dit hebben we deze week nog helemaal niet gedaan, het is er tot nu toe niet van gekomen.
In de verte zien we een donkere lucht hangen waar waarschijnlijk al een heleboel regen uit valt. Deze hangt precies boven het Mölltal. Zal het daar dan toch de gehele dag geregend hebben?

De donkere wolken boven het Mölltal

In Mallnitz is het 13 graden, de helft minder dan dat we de hele dag hebben gehad.
We hebben ook nu weer een goede keuze gedaan wat uitstap betreft.
Morgen is onze laatste dag hier. Het zal dan iets beter weer worden.

Vorige pagina / Terug naar boven / Volgende pagina