Donderdag 3 januari 2008

- Appenzeller land -

We besluiten om via een kleine omweg terug te rijden naar Eichenberg en stippelen op de kaart een leuke route uit door het Appenzeller land. Dan hebben we toch nog de bergen rondom ons heen.

Vanuit Appenzell rijden we de Zwitserse bergwereld in

De weg is goed berijdbaar
Een aparte kerktoren langs de weg

Appenzeller land
Het kanton Appenzell was vroeger een kanton binnen het Zwitsers Eedgenootschap.
Het werd in 1597 om religieuze redenen gesplitst in de beide halfkantons Appenzell Innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden.
Halfkanton wil zeggen dat het kanton in de kantonsraad van het parlement niet door 2, maar door 1 persoon vertegenwoordigd wordt.

De naam Appenzell latijn: abbatis cella) komt van het Duitse Zelle des Abtes. Dit komt weer van de abdij van Sankt Gallen, die toendertijd een grote invloed op het gebied had. In 1411 verbond Appenzell zich met het Zwitsers Eedgenootschap en het werd volwaardig lid in 1513. De conflicten binnen de kantongrenzen na de Reformatie hebben geleid tot het opsplitsen van het kanton in het Rooms-Katholieke Innerrhoden en het protestantse Ausserrhoden. De naam "Kanton Appenzell" bleef bestaan om beide delen aan te duiden, maar is nu niet meer in gebruik. Tegenwoordig spreekt met van "de beide Appenzells" (politiek) of het "Appenzellerland" (geografisch),
indien beide halfkantons worden bedoeld.

Appenzellerland
Appenzell Innerrhoden grenst aan het kanton Appenzell Ausserrhoden en Sankt Gallen. De beide kantons van Appenzell worden geheel omringd door het kanton Sankt Gallen. Appenzell Innerrhoden bestaat uit vijf niet aan elkaar grenzende delen. Behalve het grootste deel, waarin de hoofdstad ligt, zijn dat twee exclaves die samen het district Oberegg vormen, en twee kloosters, Grimmenstein en Wonnenstein, die geheel zijn omgeven door het grondgebied van Appenzell Ausserrhoden.

Het kanton Appenzell Ausserrhoden (Duits: Appenzell Ausserrhoden; Frans: Appenzell Rhodes-extérieures; Italiaans: Appenzello Esterno; Reto-Romaans: Appenzell Dador; Engels: Appenzell Ausserhoden of Appenzell Outer Rhodes)
is een halfkanton in het noordoosten van Zwitserland.

De hoogste berg is de Säntis (2503 meter) in Alpstein, het driekantonpunt van Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden en Sankt Gallen.

De hoofdstad van het kanton Appenzell Innerrhoden is Appenzell. Het duurde tot 1872 (24 jaar na de stichting van de moderne Zwitserse federale staat) eer Appenzell Innerrhoden een eigen grondwet aannam.
Appenzell Innerrhoden bestaat voornamelijk uit weiden, maar is wel redelijk bergachtig. Een bekend product is de Appenzeller, een kaas met wereldfaam. Dit geeft ook de voornaamste landbouwactiviteit aan: veeteelt. Appenzell Innerrhoden is naar inwoneraantal het kleinste kanton van Zwitserland, met zo'n 15 000 inwoners.

Appenzell Ausserrhoden is zeer landelijk. Men vindt hier dan ook voornamelijk veeteelt en akkerbouw en daarvan afgeleide industrieën en diensten en maar weinig overige industrie. Het bekendste product dat hier vandaan komt is de Appenzeller kaas.
Herisau is de hoofdstad van Appenzell Ausserrhoden en is gelijk de enige stad met 15.000 inwoners.
Bron: Wikipedia

We rijden via de dorpjes Handwil en Wattwil en over de Wasserfluhpass, welke op 843 meter boven de zeespiegel ligt en de dorpen Liechtensteig en Brunnadern met elkaar verbindt.

De weg richting de Wasserfluhpas
De Wasserfluhpas

We zijn weer omringt door de bergen

Hier wordt ook behoorlijk de wintersport beoefend

We komen in de buurt van de Säntis

In de verte kunnen we op de top het bergstation van de Säntis zien liggen.

Het bergstation van de Säntis is goed herkenbaar op de top

Ligging van de Säntis

De Säntis
De Säntis is een berg in de Appenzeller Alpen in Zwitserland. De berg ligt op een van de driekantonpunten van de kantons Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden en Sankt Gallen.

Het is de hoogste berg van het Vooralpenmassief Alpstein, een ondergroep van de Appenzeller Alpen. De berg is 2502 meter hoog. De berg ligt vrij geïsoleerd, zodat het een markante positie in het land inneemt.

De Säntis was tijdens de Helvetische Republiek van 1798-1803 de naamgever van het kanton Säntis.

De naam Säntis is tijdens de 9e eeuw het eerst opgedoken. Het is afgeleid van de Latijnse naam Sambutinus, die dan met Semptis of Sämptis werd vertaald in de Duitse taal.
Bron: Wikipedia

In de verte breekt de bewolking

In de verte zien we de inmiddels ondergaande zon tevoorschijn komen achter de bewolking.
Links van ons ligt de Säntis, rechts de Churfirsten. Er zijn verschillende plaatsen waar geskieed kan worden.

De zon komt te voorschijn
Ondertussen hebben we prachtige uitzichten

We dalen van 1100 meter naar 400 meter om in Gams uit te komen

Via de dorpjes Starkenbach, Unterwasser en Wildhaus komen we uit in Gams, wat in een breed dalbekken ligt.
We dalen van 1100 meter boven de zeespiegel naar een hoogte van 400 meter.

Gams ligt in een breed dalbekken

De zon schijnt nog net op de toppen van de bergen

Inmiddels zijn we zover gedaald dat we onder de sneeuwgrens zijn gekomen. De grens is dan ook duidelijk zichtbaar!

De sneeuwgrens ligt op ongeveer 650 meter

Het is een breed dalbekken
De zon schijnt hier behoorlijk

Het is hier ook genieten, ondanks dat er geen sneeuw ligt

Het bergstation van de Säntis wordt nog net op de laatste zonnestralen van die dag getrakteerd.

De top van de Säntis

Bij Haag nemen we de autobahn en rijden terug naar Bregenz. We stoppen nog even bij een tankstation om te tanken.
Hier merken we dat er een hele sterke wind staat. Dat is de Föhn die ze voor vandaag hebben voorspeld,
met bijbehorende temperatuursstijging.

Föhn (wind)
Een Föhn is een warme droge wind die vaak aan de Noordzijde van de Alpen waait. De benaming is afgeleid uit het Latijnse "Favonius" (warme wind) en het gotische fôhn (vuur). In de Alpen is het een normaal verschijnsel, maar de föhn waait ook op veel andere plaatsen in de wereld, soms onder andere benamingen. Zelfs het Limburgse heuvelland kent soms een zwak föhneffect, wat daar plaatselijk aanleiding kan geven tot zonnig weer en een opmerkelijke temperatuurstijging.

In het Alpengebied steekt de föhn meestal op aan de voorzijde van een depressie die over Zuid-Frankrijk naar de Middellandse Zee trekt. Daar waait dan een warme zuidenwind, die vochtige lucht naar de Alpen voert. Aan de zuidelijke kant van dat gebergte wordt de lucht gedwongen te stijgen. De stijgende lucht zet uit en wordt daardoor kouder in een proces van adiabatische (= een proces dat zonder warmte-uitwisseling met de omgeving plaats vindt) expansie. De koudere lucht kan minder water vasthouden, er treedt condensatie (= het van gas- of dampvorm overgaan naar vloeibare vorm) op waarbij warmte vrijkomt; het gecondenseerde water valt als regen. Wanneer de lucht aan de noordzijde van het gebergte omlaag stroomt, ondergaat zij adiabatische compressie en wordt daardoor warmer. De resulterende luchtstroom is warmer geworden dan de oorspronkelijke, doordat de condensatiewarmte over de berg is meegevoerd. De resulterende lucht is ook droger, omdat waterdamp uit de lucht als regen is gevallen. De noordzijde van het gebergte wordt in deze situatie ook wel de regenschaduw van het gebergte genoemd. Hetzelfde verhaal gaat ook op voor de omgekeerde richting.
De Föhn kan namelijke zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de Alpen optreden.

Helaas verklaart dit model niet alle föhnverschijnselen. Föhn kan ook optreden zonder wolken en regen aan de loefzijde van de berg.
Een deel van de warmte in de föhnstroom is dan mogelijkerwijs meegevoerd van de andere kant van de berg, en mogelijk spelen ook complexe turbulentie processen een rol, als ook de vermenging van verschillende luchtlagen.

In de Alpen is het voorjaar de favoriete periode voor de föhn, maar ook in het najaar en de winter waait die wind vaak. Sommige gebieden in Zwitserland hebben jaarlijks gedurende gemiddeld 33 dagen een warme, zuidelijke Föhnwind. Deze houdt soms enkele dagen aan. De temperatuur kan in enkele uren 10-25°C oplopen. Het grootste gemeten verschil in temperatuur was in Brannenburg am Inn: op 29 november 2000 om 23h 22°C, op 30 november 2000 om 6h -3°C. De relatieve vochtigheid kan tot 20% teruglopen, een zeer lage waarde die in Nederland en België niet vaak voorkomt. De gemiddelde snelheid is zo'n 25 kilometer per uur (windkracht 4), maar in windstoten kunnen snelheden van 100 kilometer per uur voorkomen. Een positief aspect van een Föhn is dat het zicht zeer helder wordt en de lucht opklaart, wat samenhangt met de droge lucht, en men daardoor schitterend uitzicht over de Alpen krijgt. Een zicht van 100km en meer is dan mogelijk. In sneeuwrijke berggebieden vergroot de föhn het lawinegevaar. Ook neemt het aantal verkeersongelukken toe en krijgen veel mensen bij föhnweer last van verhoogde bloeddruk, hoofdpijn, spierpijn, slapeloze nachten en infrageluid. Daardoor is de föhn een belangrijk maatschappelijk verschijnsel. De oorzaak van de fysiologische effekten is wetenschappelijk gezien niet geheel opgehelderd. Als oorzaak wordt enerzijds de snelle luchtdrukwisseling vermoed, anderzijds een lichte uitdroging (dehydratie).

De naam van de haardroger föhn is van het hier beschreven verschijnsel afgeleid.
Bron: Wikipedia

In de verte de droge lucht met een mooi uitzicht

Voor de Pfändertunnel staat file en we rijden daarom door de stad zelf. De weg naar Eichenberg kennen we ondertussen wel. We kunnen nog net de zon achter de bergen zien verdwijnen en de lichtjes van de steden in het dal springen aan.

Zonsondergang aan de Bodensee

Lindau is zeer goed zichtbaar

’s Avonds blijven we in het appartement en kletsen tijdens het eten dat dit gedeelte van Zwitserland ons toch wel een beetje tegenvalt. Zijn onze verwachtingen dan zo hoog geweest? Ik heb geen idee?
Morgen is alweer onze laatste vakantiedag, de tijd vliegt in ieder geval voorbij.

Vorige pagina / Terug naar boven / Volgende pagina