Donderdag 3 januari 2008
- Appenzeller land -
We besluiten om via een kleine omweg terug te rijden naar Eichenberg en stippelen op de kaart een leuke route uit door het Appenzeller land. Dan hebben we toch nog de bergen rondom ons heen.
![]() |
![]() |
Appenzeller land De naam Appenzell latijn: abbatis cella) komt van het Duitse Zelle des Abtes. Dit komt weer van de abdij van Sankt Gallen, die toendertijd een grote invloed op het gebied had. In 1411 verbond Appenzell zich met het Zwitsers Eedgenootschap en het werd volwaardig lid in 1513. De conflicten binnen de kantongrenzen na de Reformatie hebben geleid tot het opsplitsen van het kanton in het Rooms-Katholieke Innerrhoden en het protestantse Ausserrhoden. De naam "Kanton Appenzell" bleef bestaan om beide delen aan te duiden, maar is nu niet meer in gebruik. Tegenwoordig spreekt met van "de beide Appenzells" (politiek) of het "Appenzellerland" (geografisch),
Het kanton Appenzell Ausserrhoden (Duits: Appenzell Ausserrhoden; Frans: Appenzell Rhodes-extérieures; Italiaans: Appenzello Esterno; Reto-Romaans: Appenzell Dador; Engels: Appenzell Ausserhoden of Appenzell Outer Rhodes) De hoogste berg is de Säntis (2503 meter) in Alpstein, het driekantonpunt van Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden en Sankt Gallen. De hoofdstad van het kanton Appenzell Innerrhoden is Appenzell. Het duurde tot 1872 (24 jaar na de stichting van de moderne Zwitserse federale staat) eer Appenzell Innerrhoden een eigen grondwet aannam. Appenzell Ausserrhoden is zeer landelijk. Men vindt hier dan ook voornamelijk veeteelt en akkerbouw en daarvan afgeleide industrieën en diensten en maar weinig overige industrie. Het bekendste product dat hier vandaan komt is de Appenzeller kaas. |
We rijden via de dorpjes Handwil en Wattwil en over de Wasserfluhpass, welke op 843 meter boven de zeespiegel ligt en de dorpen Liechtensteig en Brunnadern met elkaar verbindt.
![]() |
![]() |



In de verte kunnen we op de top het bergstation van de Säntis zien liggen.
![]() |
De Säntis Het is de hoogste berg van het Vooralpenmassief Alpstein, een ondergroep van de Appenzeller Alpen. De berg is 2502 meter hoog. De berg ligt vrij geïsoleerd, zodat het een markante positie in het land inneemt. De Säntis was tijdens de Helvetische Republiek van 1798-1803 de naamgever van het kanton Säntis. De naam Säntis is tijdens de 9e eeuw het eerst opgedoken. Het is afgeleid van de Latijnse naam Sambutinus, die dan met Semptis of Sämptis werd vertaald in de Duitse taal. |

In de verte zien we de inmiddels ondergaande zon tevoorschijn komen achter de bewolking.
Links van ons ligt de Säntis, rechts de Churfirsten. Er zijn verschillende plaatsen waar geskieed kan worden.
![]() |
![]() |

Via de dorpjes Starkenbach, Unterwasser en Wildhaus komen we uit in Gams, wat in een breed dalbekken ligt.
We dalen van 1100 meter boven de zeespiegel naar een hoogte van 400 meter.


Inmiddels zijn we zover gedaald dat we onder de sneeuwgrens zijn gekomen. De grens is dan ook duidelijk zichtbaar!

![]() |
![]() |

Het bergstation van de Säntis wordt nog net op de laatste zonnestralen van die dag getrakteerd.
Bij Haag nemen we de autobahn en rijden terug naar Bregenz. We stoppen nog even bij een tankstation om te tanken.
Hier merken we dat er een hele sterke wind staat. Dat is de Föhn die ze voor vandaag hebben voorspeld,
met bijbehorende temperatuursstijging.
Föhn (wind) In het Alpengebied steekt de föhn meestal op aan de voorzijde van een depressie die over Zuid-Frankrijk naar de Middellandse Zee trekt. Daar waait dan een warme zuidenwind, die vochtige lucht naar de Alpen voert. Aan de zuidelijke kant van dat gebergte wordt de lucht gedwongen te stijgen. De stijgende lucht zet uit en wordt daardoor kouder in een proces van adiabatische (= een proces dat zonder warmte-uitwisseling met de omgeving plaats vindt) expansie. De koudere lucht kan minder water vasthouden, er treedt condensatie (= het van gas- of dampvorm overgaan naar vloeibare vorm) op waarbij warmte vrijkomt; het gecondenseerde water valt als regen. Wanneer de lucht aan de noordzijde van het gebergte omlaag stroomt, ondergaat zij adiabatische compressie en wordt daardoor warmer. De resulterende luchtstroom is warmer geworden dan de oorspronkelijke, doordat de condensatiewarmte over de berg is meegevoerd. De resulterende lucht is ook droger, omdat waterdamp uit de lucht als regen is gevallen. De noordzijde van het gebergte wordt in deze situatie ook wel de regenschaduw van het gebergte genoemd.
Hetzelfde verhaal gaat ook op voor de omgekeerde richting. Helaas verklaart dit model niet alle föhnverschijnselen. Föhn kan ook optreden zonder wolken en regen aan de loefzijde van de berg. In de Alpen is het voorjaar de favoriete periode voor de föhn, maar ook in het najaar en de winter waait die wind vaak. Sommige gebieden in Zwitserland hebben jaarlijks gedurende gemiddeld 33 dagen een warme, zuidelijke Föhnwind. Deze houdt soms enkele dagen aan. De temperatuur kan in enkele uren 10-25°C oplopen. Het grootste gemeten verschil in temperatuur was in Brannenburg am Inn: op 29 november 2000 om 23h 22°C, op 30 november 2000 om 6h -3°C. De relatieve vochtigheid kan tot 20% teruglopen, een zeer lage waarde die in Nederland en België niet vaak voorkomt. De gemiddelde snelheid is zo'n 25 kilometer per uur (windkracht 4), maar in windstoten kunnen snelheden van 100 kilometer per uur voorkomen. Een positief aspect van een Föhn is dat het zicht zeer helder wordt en de lucht opklaart, wat samenhangt met de droge lucht, en men daardoor schitterend uitzicht over de Alpen krijgt. Een zicht van 100km en meer is dan mogelijk. In sneeuwrijke berggebieden vergroot de föhn het lawinegevaar. Ook neemt het aantal verkeersongelukken toe en krijgen veel mensen bij föhnweer last van verhoogde bloeddruk, hoofdpijn, spierpijn, slapeloze nachten en infrageluid. Daardoor is de föhn een belangrijk maatschappelijk verschijnsel. De oorzaak van de fysiologische effekten is wetenschappelijk gezien niet geheel opgehelderd. Als oorzaak wordt enerzijds de snelle luchtdrukwisseling vermoed, anderzijds een lichte uitdroging (dehydratie). De naam van de haardroger föhn is van het hier beschreven verschijnsel afgeleid. |

Voor de Pfändertunnel staat file en we rijden daarom door de stad zelf. De weg naar Eichenberg kennen we ondertussen wel. We kunnen nog net de zon achter de bergen zien verdwijnen en de lichtjes van de steden in het dal springen aan.


’s Avonds blijven we in het appartement en kletsen tijdens het eten dat dit gedeelte van Zwitserland ons toch wel een beetje tegenvalt. Zijn onze verwachtingen dan zo hoog geweest? Ik heb geen idee?
Morgen is alweer onze laatste vakantiedag, de tijd vliegt in ieder geval voorbij.