Dinsdag 24 februari 2009
- Sluis -
Terwijl het zuiden van Nederland nog in het feestgedruis van de carnaval zit, besluiten wij om even uit te waaien aan de Zeeuwse kust. We willen het middeleeuws vestingsstadje Sluis bezoeken.
Buiten de vele winkels heeft Sluis ook een rijke historie.
Sluis is vermoedelijk omstreeks 1280 gesticht door de Vlaamse graaf Jan I van Namen en had van oorsprong de naam Lamminsvliet.
In 1324 kreeg Sluis echter zijn huidige naam. De stad heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin. Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad.
In 1340 had in de monding van het Zwin reeds de Slag bij Sluis plaatsgevonden die de opmaat tot de Honderdjarige Oorlog vormde.
In 1385, werd gestart met de bouw van het kasteel van Sluis,
dat tijdens de franse inval in 1794 zwaar beschadigd werd en definitief gesloopt in 1820.
Bron: www.wikipedia.nl
|

In de Middeleeuwen bezat Sluis een tiental molens, waarvan er in 1920 nog slechts drie over waren.
De enige nog overgebleven molen van Sluis op 't Meul'ende (Moleneinde) is molen "de Brak".
Deze windkorenmolen werd "de Brak" genoemd, naar een Frans jachthondenras (Braque). De molen werd gebouwd in 1739 en was de eerste stenen molen in de streek. De molen is een zogenaamde "bovenkruier met stelling".
De molen is voor publiek toegankelijk en behoort tegenwoordig tot de meest unieke horecazaken van Sluis.
Bron: www.molenvansluis.nl |
We wandelen verder door de gezellige winkelstraatjes van Sluis en komen zo bij het Belfort uit.
De grootste blikvanger van Sluis is het stadhuis dat als enige in Nederland is voorzien van een belfort, een versterkte toren
met vier hoektorentjes. Het stadhuis werd in 1390 als symbool
van de stedelijke vrijheid gebouwd naar het voorbeeld van de belforten in Gent en Brugge. In 1944 liep het gebouw zware
schade op waarna het in 1956 werd herbouwd.
De raadzaal wordt afgesloten door een 18de-eeuws smeedijzeren hek dat afkomstig is uit het stadhuis van Middelburg. Langs de wanden hangen schilderijen en een wandkleed (1650).
De toren (142 treden) biedt een weids uitzicht over
het Zeeuws landschap.
|
|
 |


|
De wieg van de samensteller van het woordenboek "De Dikke van Dale" stond in Sluis. Hier werd hij op 15 februari 1828 geboren.
Hij huwde in 1850 met Maria Moens die hem zeven kinderen schonk. Reeds op 26-jarige leeftijd werd hij hoofdonderwijzer aan de openbare school en in 1855 stadsarchivaris van zijn geboorteplaats. Een zwakke gezondheid kluisterde hem regelmatig aan zijn bed.
Van Dale was van alle markten thuis; hij schreef schoolboekjes, haalde aktes voor verschillende talen, natuurkunde,
landbouwkunde, landbouwkunde en wiskunde.
Ondanks zijn vele prestaties en bezigheden bleef hij bekend als een vriendelijke en bescheiden man. Hij was bevriend met hoogleraren, werd in binnen- en buitenlandse genootschappen als lid opgenomen en was in 1864 oprichter van de Sluise rederijkerskamer
"de Oranjebloem".
De voltooiing van zijn woordenboek heeft van Dale echter nooit meegemaakt. Op 19 mei 1872 is hij overleden aan de pokken.
Hij werd begraven op de stedelijke begraafplaats.
Zijn leerling en vriend J.manhave heeft het woordenboek afgemaakt. Dat Sluis zijn grootmeester niet vergeten is, bewijst zijn borstbeeld
op het Walplein. Ook een school en een straat danken hun naam
aan deze grootste taalkundige die Sluis ooit bezat.
Bron: www.sluisonline.nl |
|
We komen nu uit bij het kanaal, ook wel "De Damse Vaart" of "Napoleonskanaal" genoemd.
De Damse Vaart is een kanaal in het noorden van de Belgische provincie West-Vlaanderen. Ze is ongeveer 15 km lang.
Het kanaal verbindt de provinciehoofdstad Brugge met het Nederlandse grensstadje Sluis.
Het kanaal werd gegraven op bevel van Napoleon (1810), vandaar ook de naam Napoleonvaart.
De Damse Vaart werd gebruikt voor scheepvaart, vooral voor de bevoorrading van de dorpen, en vervoer tussen Brugge en Sluis.
De scheepvaart duurde tot de sifons in 1940 door Franse genietroepen werden opgeblazen, en na de oorlog niet meer hersteld werden.
Later kreeg de Vaart vooral een recreatieve bestemming en werd één van de provinciale domeinen van West-Vlaanderen
Bron: www.wikipedia.nl
|

De Damse Vaart
De houten Parma brug over de Damse Vaart

De Damse Vaart
Al wandelend zien we een aantal ooievaars vliegen. Wát een grote vogels zeg!
De ooievaar, ook wel uiver, eiber of stork genoemd, is een grote,
witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten en snavel.
Een ooievaar wordt ongeveer 1.30 m groot.
De mannelijke ooievaar weegt ongeveer 4,5 kg,
een vrouwelijke ooievaar ongeveer 3,5 kg.
Een ooievaar wordt gemiddeld 30 jaar oud.
Zoals de meeste van zijn verwanten, eet een ooievaar
vooral kikkers en grote insecten, maar ook jonge vogels,
hagedissen en knaagdieren staan op het menu.
Bron: www.wikipedia.nl
|
|
|

Wanneer we de Parmabrug over zijn gewandeld lopen we richting de Westpoort.

De Steenen Beer, ook wel Westpoort of Brugse Poort genoemd, werd gebouwd tussen 1444 en 1456 door de meester-metselaar
Hendrik Timmerman. De versterkte stadspoort fungeerde als hoeksteen van de verdedigingswerken van de stad aan de zeezijde.
De versterking heeft vele zware aanvallen vanuit Brugge te verduren gehad. Het werd in 1587 bij de belegering en inname
van Sluis door de hertog van Parma verwoest. Een gedeeltelijk restauratie vond plaats in 1968 tot 1972 en opnieuw in 1991. |

Nog even kijken we om. Net een ansichtkaart hé!
Vanaf de Westpoort heb je een mooi uitzicht over Sluis, waarbij het Belfort duidelijk zichtbaar is.



Ook molen "de Brak" steekt behoorlijk boven het vestingstadje uit!

We wandelen verder over de mooie verdedigingswallen en genieten van de natuur om ons heen.



Hoewel we nog volop in de winter zitten, is het voorjaar toch al een beetje zichtbaar......

We wandelen nog een stukje door de winkelstraten alvorens we weer terug naar de auto gaan.
Terug naar boven