- Nederland -
Landeninfo

Nederland, onze eigen kikkerlandje. Eigenlijk kennen we het niet eens zo heel goed.
Toch nemen we af en toe tijd om een dagje naar zee te gaan of om in onze eigen omgeving te wandelen.
Hierdoor komen we beetje bij beetje steeds meer over Nederland te weten en zien hoe mooi het eigenlijk is!

Geografie |

Ondanks de kleine oppervlakte van Nederland bestaat er een grote verscheidenheid aan landschappen, die echter vaak zijn ontstaan door menselijk ingrijpen. Het Nederlandse landschap wordt dan ook sterk bepaald door de dijkenbouw, de landaanwinning, het droogleggen van moerassen, de landbouw en de bouw van steden en wegen. Echte oer-natuurlandschappen kent Nederland nauwelijks meer en de natuur wordt gedomineerd door akkers, weilanden en heidevelden die ontstaan zijn door het massale kappen van bossen. De bossen die nu in Nederland voorkomen zijn dan ook allemaal aangeplant. Ca. 200.000 jaar geleden werd Nederland gedeeltelijk bedekt door landijs. Tot de lijn Haarlem-Nijmegen werden grind, zand, keileem en zwerfstenen afgezet en door de gletsjertongen werd zand en grind opzij geduwd en ontstonden evenwijdige, tot 100 meter hoge heuvelruggen in Overijssel, Gelderland en Utrecht. Dit heuvelachtige gebied is grotendeels bedekt met heidevelden en bossen. De bodem ten zuiden van de grote rivieren bestaat hoofdzakelijk uit zand en grind. De gronden in Zuid-Limburg zijn meer dan een miljoen jaar oud en niet door jongere afzettingen bedekt. Hier worden dan ook delfstoffen gevonden als mergel en steenkool. In sommige drassige gebieden van Hoog-Nederland ontstonden veengebieden die echter zijn drooggemaakt en ontgonnen. Na de aanleg van veel kanalen werd het veen afgegraven, daarna afgevoerd en bijvoorbeeld in de vorm van turf gebruikt als brandstof. Ook Laag-Nederland kent veengebieden en vooral in het Hollands-Utrechtse veengebied werd veel veen afgegraven en ontstonden plassen die nu o.a. gebruikt worden als recreatiegebieden, b.v. de Loosdrechtse plassen boven Utrecht. De laagveengebieden ontstonden achter een gesloten duinenrij. Op basis van de hoogte- en de bodemverschillen zijn de volgende landschapstypen te onderscheiden: Het plateau van Zuid-Limburg. Het grondmorenelandschap van Drenthe en oostelijk Friesland. Het stuwwallengebied in voornamelijk Gelderland en Overijssel. Heuvelrijen in Utrecht (o.a. Utrechtse heuvelrug), Overijssel en Gelderland (o.a. Veluwe). De dekzandgebieden van Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. De hoogveengebieden in Groningen, Drenthe en de Kop van Overijssel. De Hollands-Utrechtse en Fries-Overijsselse veengebieden. De gebieden met jonge zeeklei in Friesland, Groningen, noordelijk Noord-Holland en Zeeland. De rivierkleigebieden in het midden van het land rond de Maas en de Rijn. De duingebieden langs de kust van Noord- en Zuid-Holland. Bekende streken en landschappen zijn verder: De Achterhoek, de Betuwe, Twente, het Gooi, de Peel, West-Friesland, de Zaanstreek, Salland, de Ommelanden, de Biesbosch, het Kennemerland en de Hondsrug. Door inpoldering is er veel nieuw land ontstaan, onder andere de provincie Flevoland die bestaat uit de zeepolders Noordoostpolde en Oostelijk- en Zuidelijk-Flevoland, voornamelijk in gebruik als woon-, werk-, en recreatiegebied met groeisteden als Lelystad en vooral Almere. De Wieringermeer en de Noordoostpolder zijn typisch agrarische polders. Tezamen is er een landaanwinst van ca. 1650 km2 geboekt. Door de Afsluitdijk, een dam van ca. 30 kilometer tussen Noord-Holland en Friesland, veranderde de Zuiderzee in een meer, het IJsselmeer. Ten noorden van het IJsselmeer liggen de Waddeneilanden. Texel is het grootste Waddeneiland met een oppervlakte van ca. 216 km2. Richting zuidoosten verdwijnt het polderlandschap en verschijnt er een heidelandschap met bossen, zandduinen en grasvlakten. Hier ligt o.a. het natuurreservaat "De Hoge Veluwe", een nationaal park met een oppervlakte van 5400 ha. De eeuwige strijd tegen het water is zeer goed terug te zien in het landschap. Een groot gedeelte van Nederland ligt onder de zeespiegel en wordt door dijken tegen de oprukkende Noordzee beschermd. Bekend zijn ook de Deltawerken in de provincie Zeeland. De polders in dit gebied worden door een dammenstelsel beschermd tegen overstromingen. Bij de laatste grote overstroming in 1953 verloren meer dan 1800 mensen het leven. De hoogte in Nederland wordt gemeten vanaf 0 meter Normaal Amsterdams Peil (NAP) wat overeenkomt met de gemiddelde vloedstand langs de kust. De grens tussen Laag-Nederland en Hoog-Nederland ligt op 1 meter boven NAP. In het grootste deel van Nederland bestaat de bodem uit door de zee, de rivieren of de wind aangevoerd materiaal. Nederland is een tijd lang bedekt geweest met pakijs en toen zijn de heuvelruggen in Utrecht, Overijssel en Gelderland ontstaan in de vorm van stuwwallen. In het zuiden van de provincie Limburg is het landschap sterk beïnvloed door erosie, hoewel een deklaag van vruchtbare löss het erosiekarakter heeft verbloemd. Zuid-Limburg is tevens het meest heuvelachtige gedeelte van Nederland en hier is het hoogste punt van Nederland te vinden, de Vaalserberg met 321 meter. Het beeld van het Nederlandse landschap is in het Holoceen sterk bepaald door de activiteit van de rivieren en de zee. Door de zee werden uitgestrekte kleigebieden gevormd en van strandwallen en met de afbraak van het veengebied, gevormd achter deze strandwallen ontstonden o.a. de Zuiderzee en de Biesbosch. De wind heeft in het Holoceen de duinen en de zandverstuivingen doen ontstaan. Het landschap is ook sterk bepaald door menselijke activiteiten. Door uitvening en daarna drooglegging van meren en plassen zijn diepliggende droogmakerijen ontstaan (het laagste punt van Nederland ligt in de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel en bevindt zich 6.74 m beneden NAP). Ca. 24% van Nederland ligt beneden de zeespiegel. De rest van het land ligt op zeeniveau of iets daarboven. Een groot deel van Nederland wordt tegen het zeewater beschermd door dijken die soms meer dan 25 meter hoog zijn. |
Klimaat Nederland heeft over het algemeen een gematigd zeeklimaat met koele winters en milde zomers waarin de temperatuur vooral bepaald wordt door de ligging ten opzichte van de zee en de nabijheid van de warme Noord-Atlantische Golfstroom. De verschillen in temperatuur zijn aan zee dan ook kleiner dan landinwaarts. De gemiddelde jaartemperatuur neemt van het noorden naar het zuiden toe en de afstand tot de zee bepaalt ook in sterke mate de windsnelheid, die in het zuiden iets kleiner is dan in het noorden. De hoogste temperaturen komen voor in juni en juli in continentaal-tropische lucht met een gemiddeld dagelijks maximum in De Bilt van 28 °C. In de drie wintermaanden vallen de laagste temperaturen wanneer Nederland zich in continentaal-polaire lucht bevindt. Het gemiddeld dagelijks maximum blijft dan net beneden het vriespunt. De gemiddelde temperatuur aan de kust bedraagt in de zomer ca. 16°C en in de winter 3°C. In het binnenland liggen de gemiddelde temperaturen in de zomer en de winter respectievelijk op 17°C en 2°C. De laagste temperatuur ooit in Nederland gemeten bedroeg –27,8°C en de hoogste temperatuur ooit gemeten bedroeg +38,6°C. Het gemiddelde aantal zomerse dagen van boven de 25°C varieert van minder dan vijf op de Waddeneilanden tot ca. 25 per jaar in het zuiden van het land. De zonnigste maanden zijn mei tot en met augustus en de warmste maanden zijn juni tot en met september. De neerslag is vrij regelmatig over het jaar verdeeld. In het binnenland valt de meeste regen in de zomer, in de kustgebieden in het najaar. De droogste maand is over het algemeen maart. In de wintermaanden sneeuwt het regelmatig en hagel valt meestal in de zomer. Motregen en mist zijn het meest frequent in najaar en winter. In de herfstmaanden oktober en november komen de meeste stormen voor. Gemiddeld valt er ongeveer 780 mm neerslag per jaar. Bron: www.landenweb.net |