Vrijdag 12 maart 2010

- Zoo Krefeld -

Met enige regelmaat krijgen we in onze brievenbus reclame over de regio Niederrhein.
Hier vinden we een kortingsbon in voor de Zoo in Krefeld. Deze bon is geldig tot 1 april, maar aangezien het de hele winterperiode vrij koud is geweest, hebben we besloten om pas in het voorjaar te gaan.

Vandaag is het zover, we zijn beide vrij en besluiten om in de auto te stappen en naar deze dierentuin te gaan.


Grotere kaart weergeven 
 

De Krefelder Zoo staat goed aangegeven en er is vlakbij een (nu nog) gratis parkeerplaats.
We leveren ons kortingskaartje in en betalen het resterende bedrag, en lopen de dierentuin in.
Het is nog vroeg, rustig en er zijn weinig bezoekers.

Zoo Krefeld

In 1938 opende de zoo Krefeld haar deuren als een gemeentelijke zoölogische tuin gelegen rondom het restaurant en cafe
¨Grotenburg-Schlösschen¨. Van 1877 tot 1914 was de dierentuin
een privaat park met een bescheiden collectie inheemse dieren om de inwoners van Krefeld wat meer inzicht te geven.
Tussen 1960 en 1970 groeide deze gemeentelijke faciliteit steeds
meer uit tot een internationaal erkende dierentuin, die in 1970 de naam Krefelder Zoo toegewezen kreeg.

Het dierenpark van zo'n 13 hectaren oogstte veel foksuccessen
met o.a. cheeta's, manenwolven, jaguarundis, Europese otters, Tropische vogels, zwarte neushoorns en sneeuwpanters.
Dit heeft de Krefelder Zoo op de kaart gezet in de rest van de wereld.

Op dit moment heeft de zoo meer dan 1200 exotische dieren in de collectie evenals ongeveer 200 soorten Europese dieren.

We wandelen volgens de aangegeven route richting het regenwoudhuis en komen al verschillende dieren tegen.

De kameel
De pauwhaan
Pinguins
Zeeleeuw

Pinguins

Een reiger bij de Pinguins

Zeeleeuw

Nadat we bij de pinguins, reigers en de zeeleeuwen een tijdje hebben staan kijken, lopen we verder naar het regenwoudhuis.

Het regenwoudhuis

Op 1100 m2 wordt een selectie van de dieren- en plantenwereld uit het Zuid-Amerikaanse regenwoud getoond. Het is het basisidee van
dit huis de bezoeker een indruk van het ingewikkelde samenspel tussen dieren en planten te geven. De dieren kunnen zonder hinderlijke afzettingen geobserveerd worden en ze bewegen zich voor het grootste deel vrij door het gehele huis.

In het regenwoudhuis kan de bezoeker met alle zintuigen in de levensruimte van de dieren onderduiken. Al bij binnenkomst komt de vochtig-warme lucht tegemoet. Het pad kronkelt door dichte plantenbegroeiing langs het eiland van de bladsnijdermieren en door de rotstunnel met bloemenvleermuizen en blinde grottenvissen. Leguanen en groene basilisken observeren de bezoekers vanaf hun lievelingsplekken op de takken. Bliksemsnel springen de witkopsaki's, een familie dwergaapjes, van tak naar tak door het huis.
Loom hangen de tweevingerige luiaards aan hun slaapbomen. Pas 's avonds worden ze wakker en klimmen naar de voederplekken.

Het regenwoudhuis

Schildpadden
Schildpadden

Witkopsaki

De witgezichtsaki (Pithecia pithecia) is een apensoort die voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika.
Het dier behoort tot de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).

De witgezichtsaki is vernoemd naar de witte gezichten die de mannetjes hebben, hoewel het meer crèmekleurig is dan wit.
De rest van het lichaam van de mannetjes is zwart of bruin. De vrouwtjes zijn zwart of bruin en hebben een witte streep die loopt van
onder de ogen tot de kin. Witgezichtsaki's hebben een dikke waterdichte pels die hen beschermt tegen de vele regenbuien die in hun leefgebied voorkomen. Hun staart is ook lang en dik om hun evenwicht te bewaren.
Zonder staart zijn ze ongeveer zo groot als een dwergkonijn. Met staart zijn ze ongeveer een kleine meter.

De witgezichtsaki komt voor in de tropische regenwouden van Brazilië, Frans-Guyana, Guyana, Suriname en Venezuela.
Ze leven tussen 210 en 750 meter hoogte, alwaar ze als acrobaten zo'n tien meter ver kunnen springen.
Dit heeft hen de bijnaam vliegende aap opgeleverd. Omdat ze zo hoog in de bomen leven, zijn roofvogels hun enige vijanden.

Het is een stil, schuw en rustig dagdier dat zelden zijn stem laat horen. Alleen tijdens de bronsttijd of bij gevaar willen ze zich nog wel
geluid geven. Witgezichtsaki's leven in familieverband en in vrij kleine groepjes. Ze worden tussen de veertien en twintig jaar oud.
In het wild leven ze vooral van fruit, maar ook van noten, zaden en bladeren. Insecten (hoofdzakelijk mieren) gaan er ook in. Daarnaast houden ze van honing en kleine zoogdieren. Met hun sterke snij- en hoektanden vermalen ze taaiere planten en openen ze noten.

Bron: Wikipedia

In het regenwoudhuis is de temperatuur zo hoog, dat de lens van mijn fototoestel iedere keer beslaat. Hierdoor is het vrij moeilijk om scherpe foto's te maken. Toch is het me redelijk gelukt om de witgezichtsaki vast te leggen.

Witkopsaki



We wandelen weer verder door de mooie dierentuin. Het is helemaal niet druk!

Zoo Krefeld

Links en rechts van ons zijn grote weides met herten......

De indische weide

Antilope
Antilope

......de Indische gans.......

De Indische gans

.......de witnekkraanvogel en de jufferkraanvogel.

Witnekkraanvogel
Witnekkraanvogel
Jufferkraan
Jufferkraan

We wandelen verder en komen uit bij de reuzenschildpad, die net aan zijn maaltijd is begonnen.

De reuzenschildpad

Onderweg hebben we veel plezier op de speeltoestellen die in het park staan.

We komen aan bij het Tropisch Apenverblijf, waar we eerst de buitenspeelplaats zien. Nu veel te koud voor de apen.

De buitenspeelplaats voor de apen

Als eerste zien we een gouden Leeuwaapje met een jonkie, dat ook aan het middagmaal is begonnen.

Het gouden Leeuwaapje

Het gouden leeuwaapje of gewoon leeuwaapje (Leontopithecus rosalia) is een bedreigd klauwaapje. Het is de bekendste van de vier soorten leeuwaapjes (Leontopithecus). Hij komt enkel voor in het ernstig versnipperde Atlantische regenwoud in het zuidoosten van Brazilië. Tegenwoordig is de verspreiding beperkt tot enkele bossen in het stroomgebied van de Rio São João.
Het zijn echte boombewoners.

Het gouden leeuwaapje wordt beschouwd als een van de mooiste apensoorten. Hij heeft een zijdeachtige, rossige (soms wittige),
goudgele vacht en manen, die de oren bedekt. Het gezicht is naakt en donker van kleur. Hij wordt 20 tot 33,5 centimeter lang,
de staart is tussen de 31,5 en de 40 centimeter lang. Het lichaamsgewicht bedraagt 600 tot 800 gram.
Het is een van de grotere soorten klauwaapjes.

Gouden leeuwaapjes foerageren voornamelijk overdag, maar ook 's nachts. Ze eten voornamelijk sappige vruchten en scheuten.
Ook jagen ze op insecten, spinnen en hagedisjes. Ook eten ze honing, gom en vogeleieren. Met zijn lange, dunne vingers en handen
kan hij keverlarven en andere insecten vinden onder de bast of in boomspleten. 's Nachts schuilen ze in een boomholte,
een enkele keer tussen dichte beplanting van takken en lianen.

Gouden leeuwaapjes leven in familiegroepjes van vier tot elf dieren, bestaande uit een paartje en hun jongen. Het groepje heeft een territorium van ongeveer 42 hectare. Enkel het dominante paartje plant zich voort. De jongen worden na een draagtijd van 132 tot 140 dagen geboren. Het wijfje krijgt meestal twee jongen per worp, waarbij het ene jong zich aan de buik vastklampt,
en het andere aan de rug. Beide ouders zorgen voor de jongen, evenals de overige groepsleden.
Bron: wikipedia

Het gouden Leeuwaapje

Het gouden Leeuwaapje

Een stukje verder is het leefgebied van de Borneose Oerang Oetan.
We treffen het opnieuw, het eten wordt net uitgedeeld.

Eten wordt uitgedeeld aan de Oerang Oetan

Wachten op het eten
Wachten op het eten

De Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) is een mensaap uit het geslacht der orang-oetans (Pongo).

De Borneose orang-oetan heeft een donkere oranjerode vacht. Hij heeft zeer lange armen en sterke grijphanden en -voeten,
een aanpassing aan het leven in bomen. De Borneose orang-oetan wordt 110 tot 140 centimeter lang en 40 tot 80 kilogram zwaar.

Mannetjes worden veel groter dan vrouwtjes. Een mannetje had een lengte van 180 centimeter. Ook hebben mannetjes opvallende grote wangkwabben, een keelzak en een korte, oranje tot rode baard, die bij de vrouwtjes ontbreken. De kwabben zijn kaal en bol, in tegenstelling tot die van de Sumatraanse soort, waarbij de kwabben behaard zijn en langs het gezicht lopen.

De orang-oetan brengt het grootste deel van zijn leven door in bomen. Volwassen mannetjes komen regelmatig (zo'n vijf procent van zijn leven) op de grond, waarschijnlijk omdat er op Borneo geen tijgers en panters, de belangrijkste vijanden voor orang-oetans, voorkomen.
's Nachts slaapt de orang-oetan in een nest, hoog in de bomen, die hij zelf heeft gemaakt door takken te vlechten.
Overdag besteedt de orang-oetan het grootste deel van de tijd aan het zoeken naar vlezige vruchten als vijgen, nangka en doerians.
Omdat de planten verspreid over het bos staan en ieder hun eigen bloeitijd hebben, en daardoor slechts enkele weken per jaar voedzame producten leveren, moet de orang-oetan een goed geheugen hebben om te weten wanneer en waar voedsel te vinden is.

Behalve vruchten eet de orang-oetan ook ander plantaardige kost als boomschors, bladeren (bijvoorbeeld van Pandanus,
scheuten, lianen en het merg in takken en stengels.
Bron: Wikipedia

En als ze het eten in handen hebben, peuzelen ze dit heerlijk op.

Een stukje verder zitten de Gorilla's aan hun middagmaaltijd.

De laaglandgorilla is aan het eten

De westelijke laaglandgorilla (Gorilla gorilla gorilla) is de grootste ondersoort van de westelijke gorilla (Gorilla gorilla).
Hij komt voor in het Kongogebied, in de westelijke Kongobekken en van het zuiden van Nigeria tot aan Kongo. Ze leven in de warme laagland regenwouden. De westelijke laaglandgorilla is kleiner dan de berggorilla.
Wel zijn de mannetjes bij deze ondersoort ook een stuk groter dan het vrouwtje. Het gewicht van een volwassen zilverrug zit tussen de 135-175 kg. Het vrouwtje is een stuk lichter en zit op een gewicht van 53-104 kg.

De gorilla heeft een brede gespierde borstkas en een brede nek. Ook de handen en voeten zijn zeer krachtig. De vacht heeft een donker
grijze tot donker bruine kleur welke het hele lichaam bedekt met uitzondering van het gezicht, palm van de hand en de voetzolen.
Het haar boven op de schedel van de westelijke laaglandgorilla is veelal roodbruin van kleur.
Het haar op de onderrug van een volwassen mannetje kleurt net zoals bij alle andere gorilla soorten zilvergrijs.
Deze mensapen worden tussen de 50 tot 60 jaar oud.

Het dieet van de westelijke laaglandgorilla bestaat voornamelijk uit fruit, scheuten, bladeren en schors maar af en toe eten ze ook insecten.
Bron: Wikipedia

Weer een stukje verder komen we in het leefgebied van de Chimpansee.

De Chimpansee

Een van de Chimpansee's is erg nieuwsgierig wat ik aan het doen ben, en komt zo goed als langs me zitten.
Gelukkig geeft een glaswand bescherming.....

Deze aap heeft een mooi "centebakje"!

De chimpansee is een grote, sterke mensaap met een gedrongen lichaamsbouw. Een volwassen chimpansee heeft een kop-romplengte van 63,5 tot 90 cm, een schouderhoogte van 100 tot 179 cm en een lichaamsgewicht van ongeveer 35 tot 65 kg.
Vrouwtjes wegen gemiddeld 45 kg, mannetjes 55 kg. Het gewicht van chimpansees in gevangenschap ligt over het algemeen hoger.
Een chimpansee heeft lange armen die tot 2,7 m kunnen wordt uitgespreid. De schouders en armen van een chimpansee zijn zeer gespierd, veel sterker dan die van de mens. De benen zijn daarentegen vrij kort. Het gezicht heeft een smalle neus, diepgelegen ogen, opvallende wenkbrauwbogen, grote, ronde oren, een brede bovenkaak en smalle lippen.

De chimpansee is bedekt met lang, zwart haar over het grootste deel van het lichaam en heeft een nagenoeg naakt gezicht
met een kleur die varieert van bijna roze (vooral jonge dieren) tot bijna zwart (vooral volwassen dieren). Ook dieren met bijna witte gezichten komen voor. Ook het achterste is kaal. Bij volwassen vrouwtjes is de huid van het achterste gezwollen en roze van kleur.
De grootte van de zwellingen is afhankelijk van de fase van de menstruatiecyclus waar zij zich in bevindt. Deze menstruatiecyclus duurt ongeveer vierentwintig dagen.

De chimpansee komt voor in equatoriale bossen in Centraal- en West-Afrika, van Senegal via Congo-Kinshasa, ten noorden van de rivier
de Kongo, oostwaarts tot West-Tanzania en -Oeganda. Hij leeft voornamelijk in open wouden en regenwouden, maar is ook te vinden in bergbossen en bossavannes.

De chimpansee is een dagdier. hij is voornamelijk vroeg in de ochtend en in de namiddag actief, op het heetst van de dag rust hij.
Hij brengt veel tijd op de grond door, maar klimt ook regelmatig in bomen om voedsel te zoeken en te slapen. In de boom slaapt hij
in een zelfgemaakt slaapnest van bladeren en takken, die hij aan het einde van de avond bouwt.
Het nest is gelegen op een hoogte van 6 tot 25 m. Hij loopt meestal op handen en voeten, en gebruikt de voetzolen en de knokkels van de handen om zich voort te bewegen. Hij kan ook op de achterpoten lopen, maar doet dit enkel over korte afstanden. Lopen op twee poten gebeurt meestal als de voorpoten al ergens anders voor worden gebruikt, bijvoorbeeld het dragen van voedsel of voorwerpen.
Met zijn krachtige armen kan hij in een boom van tak naar tak slingeren.

Ze eten vooral fruit, aangevuld met bladeren, noten, schors en stengels, maar eet ook dierlijk materiaal als insecten en vogeleieren. Volwassen mannetjes jagen zelfs soms in groepen op kleine dieren, waaronder kleinere apen (voornamelijk rode franjeapen en jonge bavianen), jonge antilopen en zwijnen en vogels. De chimpansee gebruikt en maakt primitieve gereedschappen als stokjes en twijgjes om insectenlarven, mieren en termieten te vangen uit holen en termietennesten en stenen om noten open te breken, of gakauwde blaadjes die als spons gebruikt worden om water op te zuigen. Recent onderzoek heeft ook laten zien dat chimpansees gereedschap maken,
zoals speren om kleine aapjes mee te doden. Gebruik van gereedschap verschilt per gemeenschap.
Bron: Wikipedia

Als laatste zien we hier het zilveraapje, ook een zeer mooi beestje!

Zilveraapje

Als we weer buiten zijn en een stukje verder lopen, steekt in een keer een Kangoeroe zijn hoofd boven een boomstam uit.

Kangoeroe

Kangoeroe

Kangoeroes (Macropodidae) zijn een familie van buideldieren die voorkomen in Australië en Nieuw-Guinea. Daarnaast zijn ze ingevoerd op Hawaï en in Engeland en Nieuw-Zeeland.

De naam Macropodidae betekent "grootpotigen", wat slaat op hun enorme achterpoten. Deze achterpoten stellen de soorten in staat om grote sprongen te maken. Verder hebben de dieren een lange, gespierde staart. Het vrouwtje heeft een buidel, waarvan de bovenkant open is. Het zijn over het algemeen grazers.
Bron: Wikipedia

Kangoeroe

Kangoeroe

We lopen weer verder langs de weide met de herten, die ons belangstellend aankijken!

Herten


En wanneer je je speentje kwijt bent, kun je het misschien op dit bord terugvinden.

Bord met speentjes

Mooie weerspiegeling

Bij de boomkangoeroe blijven we ook even kijken.

Slapende boomkangoeroe
Boomkangoeroe

Boomkangoeroe

De boomkangoeroes (Dendrolagus) zijn een geslacht van voornamelijk in bomen levende kangoeroes. Boomkangoeroes leven voornamelijk in de tropische regenwouden van Nieuw-Guinea, Noord-Queensland (Australië) en nabijgelegen eilanden.

Boomkangoeroes brengen het grootste deel van hun leven door in bomen. Ze klimmen in een boom door zich vast te grijpen
aan de stam met de sterke klauwen aan de voorpoten, en zich daarna af te zetten met de achterpoten. De boomkangoeroes kunnen tot
tien meter ver springen van boom naar boom. Over het algemeen bewegen de achterpoten synchroon, als bij andere kangoeroesoorten.
Ze kunnen echter ook onafhankelijk van elkaar worden bewogen, bijvoorbeeld tijdens het zwemmen. Ze dalen af met de staart naar beneden. Op de grond bewegen ze zich met sprongen voort. Hierbij lopen ze voorovergebogen, met de staart boven het lichaam.

Boomkangoeroes leven voornamelijk van bladeren en vruchten. Deze verzamelen ze zowel op de grond als in bomen.

Voor de boomkangoeroe staat een heerlijke gevarieerde maaltijd te wachten!

De maaltijd van de boomkangoeroe

De boomkangoeroe

Wanneer we verder willen lopen zien we twee jonge jachtluipaarden op de uitkijk staan.

Twee jachtluipaarden op de uitkijk

Jachtluipaard
Jachtluipaard

De jachtluipaard, gepard of cheeta(h)(>Acinonyx jubatus) is een groot katachtig roofdier dat nog voorkomt
in Afrika en Iran. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht Acinonyx.
De jachtluipaard staat bekend als het snelste landdier ter wereld.

De jachtluipaard heeft een licht gele vacht, die bedekt is met kleine, ronde, zwarte vlekken. De onderzijde en borst zijn bijna geheel wit.
De kop is vrij klein, met kleine oren en grote, oranje ogen. Het voorhoofd en de wangen hebben zeer kleine zwarte vlekken. Van de binnenste ooghoeken tot de mond loopt een zwarte streep, en ook de onderlippen zijn zwart. De achterzijde van oren heeft een zwarte en witte markering. De staart is gevlekt, maar heeft bij de top een reeks van zwarte ringen en eindigt in een zwarte staartpunt.
De vorm van de ringen en de hoeveelheid verschilt per individu, vergelijkbaar met de vingerafdruk voor de mens. Over de ondernek en schouders loopt soms een maan van lang haar. Vooral bij jonge cheetahs is deze maan opvallend.

Een volwassen dier weegt tussen 35 en 65 kg, maar gemiddeld 50 kg. De kop-romplengte is 110 tot 150 cm,
en de staart kan 65 tot 90 cm lang zijn. De schouderhoogte is gemiddeld 80 cm.

De jachtluipaard jaagt over het algemeen overdag. Meestal houden ze eerst de omgeving in de gaten vanaf een verhoogde plek als een rotspartij, een omgevallen boom of een termietenheuvel. De jachtluipaard jaagt voornamelijk op kleine en middelgrote antilopen als de Thomsongazelle en andere gazellen, impala, springbok en kob. De jachtluipaard besluipt de antilope met zijn kop naar beneden tot hij ongeveer 50 m in de buurt van zijn prooi is, waarna hij het met een korte, zeer snelle sprint probeert te vangen.

De jachtluipaard is het snelste landdier ter wereld: binnen vier seconden kan hij snelheden van tot wel 106 km/uur halen. Deze snelheid houdt hij echter zelden langer dan over een afstand van 500 m vol, en meestal valt de soort aan met een snelheid van 70 km/uur.
Bron: Wikipedia

Jachtluipaard

De Sumatraanse Tijger, kijkt mij indringend aan!

Sumatraanse Tijger

De Sumatraanse tijger (Panthera tigris sumatrae) is een ondersoort van de tijger die alleen voorkomt op Sumatra.

Deze ondersoort is kleiner dan de andere ondersoorten en heeft een donkerbruine kleur. Verder is de vacht donkeroranje.
Vroeger kwam dit dier voor op heel Sumatra, maar tegenwoordig zijn er nog maar 500 exemplaren over, waarvan 400 in het wild.
Het strepenpatroon bestaat vaak uit twee parallelle rijen.

Aan de overkant ligt een jonge sneeuwpanter.

Sneeuwpanter

De sneeuwpanter (Uncia uncia) is een soort uit de familie der katachtigen. De vacht van de sneeuwpanter is lichtgrijs en neigt soms iets naar geel. Hij heeft zwarte vlekken op zijn lijf. De vacht is dik en zijdezacht en de ronde kop is relatief klein.
De sneeuwpanter meet van kop tot en met de romp tussen de 1 en 1,30 meter. Zijn staart is 0,80 tot 1 meter en de schofthoogte is circa 60 centimeter. Zijn gewicht ligt tussen de 25 en 75 kilo.

De sneeuwpanter kan men van andere panters onderscheiden doordat hij kleiner is, en doordat zijn staart relatief langer is. Deze staart helpt hem om zijn evenwicht te bewaren bij de sprongen die hij maakt over de vaak diepe kloven in het bergachtige gebied waarin hij woont. Hij gebruikt hem ook om zijn neus en bek te beschermen als het erg koud is. Zijn grote harige poten functioneren als sneeuwschoenen, zoals die van de lynx.

De sneeuwpanter komt voor in China, Rusland, Mongolië, Nepal, Bhutan en Afghanistan. De wereldpopulatie wordt geschat op 4000 exemplaren, en daarmee is het een ernstig bedreigde diersoort. Vanwege zijn vacht wordt er veel jacht op hem gemaakt. De sneeuwpanter verblijft het liefst boven de boomgrens. In de winter daalt hij af naar de dalbodems om de barre weersomstandigheden te ontvluchten en ook om zijn prooi te volgen die eveneens naar lager gelegen gebieden trekt.
Bron: Wikipedia

Sneeuwpanter

Sneeuwpanter

Buiten de vele dieren, staan er ook een aantal mooie beelden in deze dierentuin.

Bij de watervogelweide is ook veel te zien.

Een prachtige pauw showt zijn verenpracht.

Een mooie pauw

Verder zien we verschillende eendensoorten....

....en andere watervogels.

Plotseling zien we een Franjeaap in de boom hangen, die ons nauwlettend in de gaten houdt!

Een Franjeaap houdt ons goed in de gaten

De oostelijke franjeaap, oostelijke colobus of gewone guereza (Colobus guereza, syn. Colobus abyssinicus) wordt ook wel gewone franjeaap, Oost-Afrikaanse franjeaap, oostelijke zwart-witte colobus, noordelijke franjeaap of bergguereza genoemd.

De oostelijke franjeaap heeft een zwartwitte vacht. De poten, rug en kroon zijn zwart, evenals het kale gezicht en de oren. De wangen, baard, keel en hals zijn wit, evenals de staartpluim en de mantel. Het haar rond het gezicht is wit en vrij kort in vergelijking met andere franjeapen. De mantel, bestaande uit lange, witte haren, loopt van de schouders tot de onderrug. De staart is lang
(65 tot 90 centimeter) en vol. Franjeapen worden 10 tot 23 kilogram zwaar. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.
Het mannetje wordt 54 tot 75 centimeter lang, het vrouwtje 48 tot 65 centimeter. De oostelijke populaties hebben een dikkere vacht en een wittere staart en mantel, de noordelijke populaties hebben een dunnere vacht en een zwarte staartwortel en schouders.

Hij komt voor in bosrijke gebieden, van tropische laaglandregenwouden tot hoog in de bergwouden. Ook leeft hij in met acacia's begroeide galerijbossen langs oevers van rivieren en in bossavannes. De franjeaap is te vinden in de laaglanden van Oost-Nigeria tot Kenia. Geïsoleerde populaties leven in de bergen van Oost-Afrika (Noord-Tanzania, Centraal- en West-Kenia en Oeganda) en Ethiopië.

De franjeaap is een dagdier. Hij leeft vooral in bomen. Ze komen zelden op de grond en springen van boom tot boom door hun leefgebied. Hierbij kunnen ze grote afstanden overbruggen.

De oostelijke franjeaap is gespecialiseerd in het eten van bladeren. Ook eet hij vruchten, bast, zaden, peulvruchten en soms insecten.
Van alle franjeapen is het de meest folivore soort, zo'n driekwart van het dieet bestaat uit bladeren. Welke planten en welke delen van de plant ze eten, wordt bepaald door concurrentie met andere soorten.
Bron: Wikipedia

Franjeaap

Soms wordt de fotografe ook gespot!

Deze lepelhond, ookwel grootoorvos genaamd, warmt zich op onder de warmtelamp en de neushoorn loopt een blokje om.

De olifanten zijn buiten aan het dollen.

We lopen weer terug richting de uitgang en zien nu dat de Mantelbavianen buiten zitten.

mantelbavianen

De mantelbaviaan (Papio hamadryas) is een aap uit het geslacht der bavianen (Papio). De mantelbaviaan werd door de Oude Egyptenaren als een heilig dier beschouwd.

Mannetjes worden 70 tot 95 centimeter lang, met een schouderhoogte van 50 tot 65 centimeter en een lichaamsgewicht van 15 tot 20 kilogram. Vrouwtjes worden 50 tot 65 centimeter lang, met een schouderhoogte van 40 tot 50 centimeter en een lichaamsgewicht
van 10 tot 15 kilogram. De staart wordt tussen de 38,2 en de 61 centimeter lang.

De mantelbaviaan kent seksueel dimorfisme: de mannetjes zien er geheel anders uit dan de vrouwtjes. Vrouwtjes en mannetjes die niet seksueel actief zijn hebben een grijzige bruine vacht, met een kaal, roze gezicht en achterzijde. Volwassen, seksueel actieve mannetjes
zijn daarentegen veel groter en hebben een lange, zilvergrijze vacht, die lichter is op de wangen, de staartpunt en rond het zitvlak.
De handen en voeten zijn donkerder gekleurd. Op de nek en de schouders heeft het mannetje lange manen.

De mantelbaviaan is een opportunistische omnivoor. Hij leeft van grassen, knoppen, vruchten, wortels, scheuten en ongewervelden.
Voor voedsel kunnen de dieren wel 13 kilometer reizen. Ze zijn overdag actief; aan het eind van de middag verzamelen de bavianen zich
op steile rotswanden, waar de dieren gezamenlijk slapen.

Mantelbavianen komen voor in de steppen, halfwoestijnen, rotswanden en bergen langs de Rode Zee: ze worden aangetroffen in Somalië, Ethiopië, Eritrea, Djibouti en Soedan, en in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland, in Jemen en Saoedi-Arabië.
Bron: Wikipedia

Mantelbaviaan
Mantelbaviaan

Mantelbaviaan

Inmiddels is er bij de lama's en de kamelen ook wat meer bedrijvigheid en leggen deze nog,
voordat we weer huiswaarts vertrekken op het digitale geheugenkaartje vast.

Lama
Kameel

De tijd vliegt voorbij en moeten we weer huiswaarts.
We hebben ons erg geamuseerd hier, dat is een feit wat zeker is!

Terug naar boven